Handelings(on)bekwaamheid

Eén van de voorwaarden om een geldige overeenkomst te kunnen sluiten, is dat je handelingsbekwaam bent. Dit betekent dat je niet enkel rechten bezit, maar dat je ze ook kunt uitoefenen. Iedereen is in principe handelingsbekwaam, behalve als de wet bepaalt dat je dat niet bent. Voorbeelden van wettelijke handelingsonbekwamen zijn niet-ontvoogde minderjarigen of mensen die onder bewind geplaatst zijn. Iemand kan ook gedeeltelijk handelingsonbekwaam verklaart worden (bijvoorbeeld zwakzinnigen of verkwisters).

 

Handelsfonds / Handelszaak

Een handelszaak of ook handelsfonds genoemd, is een allesomvattend begrip dat alle goederen (zoals machines, meubilair, de koopwaar…) en het cliënteel van een onderneming bevat.

De handelszaak valt niet samen met het onroerend goed waarin ze gevestigd is.
Doorgaans zijn de eigenaar van het onroerend goed en de eigenaar van de handelszaak niet dezelfde persoon.

Vaak verhuurt de eigenaar zijn eigendom aan een handelaar die er zijn zaak in uitbaat.

 

Handelshuurwet

Onder deze wet valt de huur van onroerende goederen of gedeelten ervan die, hetzij uitdrukkelijk of stilzwijgend vanaf de ingebruikneming door de huurder, hetzij krachtens een uitdrukkelijke overeenkomst tussen de partijen in de loop van de huurperiode door de huurder of door een onderhuurder in hoofdzaak gebruikt worden voor het drijven van een kleinhandel of voor het bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact staat met het publiek.
 

handelshuur

 

Handelspand

Een handelszaak wijst niet op het onroerend goed, maar wel op de verzameling (roerende) goederen die deel uitmaken van de handel. Daarom spreekt men bij een handelszaak niet van een hypotheek, maar van een speciaal pand op de handelszaak: de handelspand.

De handelspand is een waarborg voor de schuldeisers, die een schuldvordering hebben tegenover een handelaar. Het onderpand van de handelszaak kan bijvoorbeeld bestaan uit het meubilair, vorderingen van cliënteel, grondstoffen, vrachtwagens…

Het gebouw waarin de handelszaak gevestigd wordt is een onroerend goed. Daarop kan dus enkel een hypotheek gevestigd worden.

 

Handgift

De handgift is een vormvrije schenking die geldig tot stand komt door de materiële overhandiging van het geschonken goed door de schenker aan de begiftigde.
 

handgift

 

Handlichting van een hypotheek

Dit betekent hetzelfde als een hypotheek “schrappen”. Een hypotheek is 30 jaar geldig, zelfs indien jouw lening maar 20 jaar bedraagt. Je kan een hypothecaire lening wel vroegtijdig beëindigen. Bij een verkoop wordt de hypotheek op de woning automatisch geschrapt. Een huis moet immers voor “vrij en onbelast” verkocht worden. De kosten voor de handlichting zijn ten laste van de verkoper.  

hypotheek

 

Het gezag over de persoon van het kind

Het ouderlijk gezag wijst op de beslissingen die de ouders, in principe gezamenlijk nemen. Deze beslissingen kunnen gaan over de staat van persoon van het kind (instemmen met het huwelijk, naamswijziging,…), beslissingen in verband met de geloofsovertuiging van het kind, de schoolkeuze, het recht op persoonlijk contact, of nog het vruchtgebruik op de goederen van het kind.

Sinds 1995 moet het ouderlijk gezag, in principe, gezamenlijk uitgeoefend worden (het zogenaamde “co-ouderschap”). Men spreekt niet meer van een “hoederecht” of “bezoekrecht”.

Uitzonderlijk kan beslist worden dat slechts één van de ouders het uitzonderlijk gezag kan uitoefenen.

co-ouderschap

 

Het wettelijk genot op de goederen van de kinderen

Dit is het recht voor de ouders te genieten van de goederen van hun kinderen tot aan hun meerderjarigheid of ontvoogding, met uitzondering van de goederen die door afzonderlijke arbeid zijn verkregen.
 

 

Hoofdsom

Het bedrag waarvoor de bank of kredietinstelling in de akte een waarborg vraagt; dit is meestal het kredietbedrag.

lening

 

Hoofdverblijfplaats

De plaats waar de natuurlijke persoon, eventueel met zijn gezin, effectief en op doorlopende wijze verblijft. De inschrijving in het bevolkingsregister is een aanwijzing maar geen criterium.
 

woninghuurwet

 

Huurcontract

Overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken, en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie.
 

 

Huurovereenkomst met vaste datum

Is tegenstelbaar aan een derde (meestal een eventuele koper van het gehuurde goed) die de bestaande huurovereenkomst zal moeten eerbiedigen. Een huurovereenkomst met vaste datum biedt met andere woorden meer bescherming aan de huurder. De koper die de oorspronkelijke verhuurder vervangt zal de huurder immers niet zomaar kunnen uitzetten indien er sprake is van een overeenkomst met vaste datum. Een overeenkomst met vaste datum kan je op verschillende manieren verkrijgen:

  • door naar de notaris te gaan (authentieke huurovereenkomst);
  • door registratie van de huurovereenkomst;
  • door overlijden van één van de partijen;
  • door een vonnis of een akte opgesteld door een openbare ambtenaar (zoals een gerechtsdeurwaarder).

woninghuurwet

 

Huurwaarborg

Een huurwaarborg is meestal een som geld die de verhuurder kan gebruiken wanneer de huurder zijn verplichtingen niet nakomt of schade aanricht aan het gehuurde goed. Een huurwaarborg betalen is geen wettelijke verplichting, maar wordt wel vaak bedongen in een huurovereenkomst. Na afloop van de huurovereenkomst krijgt de huurder zijn waarborg (en de interesten) terug.

 

Huwelijk

Een wettelijk geregelde levensgemeenschap van twee personen (ongeacht het geslacht) met o.a. gevolgen voor de onderhoudsplicht, rechtshandelingen en nalatenschap.
Het huwelijk wordt afgesloten voor de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Getrouwde koppels zijn verplicht elkaar te helpen en elkaar het nodige te verschaffen.
 

 

Huwelijkscontract - huwelijksovereenkomst

Een contract tussen aanstaande echtgenoten of gehuwden waarbij bepaalde vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk worden geregeld.
De partijen kunnen een afwijkend huwelijksvermogensstelsel aannemen, een contractuele erfstelling opmaken, bepaalde goederen inbrengen, …
Een huwelijkscontract wordt aangegaan door middel van notariële tussenkomst, of tijdens het huwelijk, door het volgen van een bepaalde procedure.
De wijziging ervan is ook onderworpen aan bepaalde procedures.

huwelijkscontract

 

Huwelijkscontract / wijziging

Echtgenoten kunnen tijdens hun huwelijk, op ieder ogenblik, hun huwelijksovereenkomst wijzigen of zelfs veranderen van huwelijksstelsel. In tegenstelling tot vroeger dienen ze hiervoor niet langer naar de rechtbank te gaan. De notaris zal, afhankelijk van de wijziging, één of meerdere notariële akten opstellen.

huwelijkscontract

 

Huwelijksvereisten

De voorwaarden om een huwelijk te mogen aangaan. Voorbeelden zijn:

  • in principe de leeftijd bereikt hebben van 18 jaar (er zijn uitzonderingen mogelijk);
  • niet reeds getrouwd zijn (verbod op bigamie);
  • gezamelijke instemming van de partijen;
  • er mag geen te nauwe bloed- of aanverwantschap zijn tussen de partijen.
 

Huwelijksvermogensstelsel / huwelijkstelsel

Regeling betreffende de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk worden van elkaar onderscheiden: het wettelijk stelsel, de scheiding van goederen en de gemeenschap van goederen.

 

Huwelijksvoordelen

Het gekozen huwelijksstelsel heeft belangrijke gevolgen voor de echtgenoten wanneer er één komt te overlijden. De huwelijksvoordelen zijn de voordelen die de langstlevende haalt uit de werking van een gekozen huwelijksstelsel (bijvoorbeeld indien de langstlevende meer dan de helft ontvangt uit het gemeenschappelijk vermogen). Huwelijksvoordelen worden in principe niet als een schenking beschouwd. Het wordt dus niet in rekening genomen bij het bepalen van de nalatenschap van de eerst stervende, en het raakt ook niet aan de reserve van de kinderen. Dit neemt niet weg dat ook huwelijksvoordelen onderworpen kunnen zijn aan de erfbelasting indien ze de helft van het gemeenschappelijk vermogen overschrijden en bedongen worden “op voorwaarde van overleven”.

langstlevende echtgenoot

huwelijksstelsel

 

Hypothecaire schuldeiser

Als een persoon naar de bank stapt om een hypothecaire lening te krijgen voor de financiering van zijn woning, dan is de bank zijn “hypothecaire schuldeiser”. De bank heeft een hypotheek op zijn woning, wat betekent dat ze beslag kan leggen op de woning indien de persoon zijn lening niet verder betaalt.
Een hypotheekrecht is ook een sterk recht in die zin dat het kan overgaan op andere goederen die in de plaats komen van het huis. Indien een huis bijvoorbeeld afbrandt, zal de hypotheek van de bank overgaan op de vergoeding van brandverzekering. Deze komt immers “in de plaats” van het huis.

Gaat een onderneming een hypothecaire lening aan bij een bank, dan is die bank een “bevoorrechte” hypothecaire schuldeiser. De bank zal immers bij een faillissement vóór de andere (“chirografaire”) schuldeisers betaald worden.

hypotheek

lening

schuldeisers

 

Hypothecaire volmacht

Indien de bankinstelling genoegen neemt met een kleinere zekerheid (dan de hypotheek), bestaat er de hypothecaire volmacht die ook via de notaris wordt geregeld. Bij een hypothecaire volmacht geeft u als lener de kredietverstrekker (meestal een bank) de toelating een hypotheek te nemen zodra deze dat nodig vindt, bijvoorbeeld wanneer u niet stipt terugbetaalt. De hypothecaire volmacht is voor u goedkoper dan een hypotheek maar biedt minder zekerheid aan de kredietverstrekker. Daarom gaat niet iedere kredietverstrekker hiermee akkoord of wordt het enkel voor een deel van het geleend bedrag toegestaan.

 

Hypotheek

Een hypotheek is een recht van een schuldeiser tegenover een schuldenaar. Met dat recht kan een schuldeiser (meestal een bank), een onroerend goed verkopen van de schuldenaar (meestal de koper van een onroerend goed), wanneer deze laatste niet meer in staat is om zijn schuld (meestal een lening) terug te betalen.

Als de koper van een huis tegenover meerdere mensen zijn schulden niet meer kan betalen, zal de bank die een hypotheek heeft genomen op zijn huis en de hypotheek heeft laten inschrijven, in een heel sterke positie staan. Hij is een “bevoorrechte schuldeiser”, wat betekent dat hij voor alle andere schuldeisers (die geen hypotheek hebben genomen), uitbetaald zal worden. De uitbetaling van schuldeisers moet immers in een bepaalde volgorde gebeuren, en hypotheekrechten hebben daar een sterke voorrang in.

Een hypotheekrecht is ook een sterk recht in die zin dat het kan overgaan op andere goederen die in de plaats komen van het huis. Indien een huis bijvoorbeeld afbrandt, zal de hypotheek van de bank overgaan op de vergoeding van brandverzekering. Deze komt immers “in de plaats” van het huis.

hypotheek

 

Hypotheek (in het kader van een lening)

Veel mensen moeten een lening aangaan bij de bank om hun woning te kunnen kopen. De koper van het huis heeft dan een schuld tegenover de bank. De bank die een lening toestaat, zal in deze gevallen wel de zekerheid willen dat er een terugbetaling zal volgen. Om een terugbetaling te verzekeren gaat de bank een “hypotheek” nemen op het huis. Dit betekent dat de bank het huis van de koper-schuldenaar kan doen verkopen, indien deze laatste zijn lening niet kan terugbetalen. De opbrengst van de verkoop zal dan eerst naar de bank gaan.om alle achterstallige betalingen van de schuldenaar aan te zuiveren. Als er iets overblijft na de uitbetaling aan de bank, zal dit naar de andere schuldeisers gaan.

Het hypotheekrecht is niet te verwarren met een hypothecaire volmacht (of hypothecair mandaat). Dit laatste is de toestemming die je geeft aan de bank om een hypotheek te nemen op het moment dat de bank dit noodzakelijk vindt.

hypotheek

 

Hypotheekhouder / hypotheeknemer

Meestal de bank die aan een persoon geld leent en ter verzekering van terugbetaling het recht verkrijgt om bij voorrang op het onderzette goed (bijv. het huis) verhaal te nemen.
 

hypotheek

 

Hypotheekkantoor

Een hypotheekkantoor is een overheidsinstelling. Hier wordt in de eerste plaats bijgehouden wie de eigenaar is van een welbepaald onroerend goed.  Wanneer de eigendom van een onroerend goed via een notariële akte overgaat van de ene persoon op de andere, is de notaris verplicht om deze overdracht te melden aan het hypotheekkantoor.  Hier noteert men ook met welke hypothecaire inschrijvingen een onroerend goed belast is.

hypotheek

 

Hypotheekrechten

Dit zijn de rechten die u betaalt op de hypotheek.  Ze bedragen 0,3 % op het bedrag (in hoofdsom en aanhorigheden) waarvoor de hypothecaire zekerheid wordt genomen vermeerderd met het honorarium van de hypotheekbewaarder en met de kosten die de hypotheekbewaarder aan de notaris vraagt voor de aflevering van een hypothecair getuigschrift.