Rechten van de vruchtgebruiker

De vruchtgebruiker heeft het genot van goed en mag het goed gebruiken. Hij moet daarbij wel de bestemming van het goed eerbiedigen en het goed “als een goede huisvader” beheren. De vruchtgebruiker moet dus met andere woorden zorgvuldig zijn met het goed. Hij mag tijdens de duur van zijn vruchtgebruik daden van beheer stellen: hij mag het goed verhuren, kleine herstellingen doen, verpachten…

Mag een vruchtgebruiker bouwen op een grond die hij in vruchtgebruik heeft? Ja, maar in dit geval is het beter om goede afspraken te maken over de meerwaarde van het goed. Verbouwingswerken die het normaal beheer van de vruchtgebruiker te buiten gaan, komen in principe in aanmerking voor een vergoeding.

 

Rechten van de blote eigenaar

De blote eigenaar mag over zijn goed beschikken. “Beschikken” betekent dat hij handelingen kan stellen die de waarde van het goed kunnen beïnvloeden. Zo kan een blote eigenaar het goed verkopen, schenken, belasten met een hypotheek…

Opgelet, dit belet niet dat de rechten van de vruchtgebruiker geëerbiedigd moeten worden. Een blote eigenaar kan immers enkel beschikken over de “blote eigendom”, want dat is het enige waar hij recht op heeft. Een blote eigenaar die “zijn” onroerend goed verkoopt, verkoopt dus eigenlijk een goed dat belast is met een vruchtgebruik. De verkoop zal niet beletten dat de vruchtgebruiker er mag in blijven wonen.