Einde van het vruchtgebruik

Het vruchtgebruik is een tijdelijk recht. Er zijn verschillende manieren waarop het vruchtgebruik beëindigd kan worden:

  • Door overlijden
  • Door omzetting
  • Afstand van het recht op vruchgebruik

Door overlijden

Wanneer de vruchtgebruiker overlijdt, zal het vruchtgebruik altijd beëindigd worden. Dit is bijgevolg ook het geval wanneer het vruchtgebruik voor een langere termijn bedongen was. Het vruchtgebruik is immers onlosmakelijk verbonden aan de vruchtgebruiker.

Voorbeeld: Een vader heeft het vruchtgebruik van zijn appartement, de kinderen hebben de blote eigendom. Wanneer de vader overlijdt, houdt het vruchtgebruik op en worden de kinderen “volle” eigenaars.

 

Door omzetting

Bij een vruchtgebruik verkregen door een nalatenschap kan het vruchtgebruik omgezet worden. Soms kan de situatie waarbij de langstlevende echtgenote het vruchtgebruik heeft en de kinderen de blote eigendom immers voor vervelende situaties zorgen. Vandaar dat er een mogelijkheid bestaat om het vruchtgebruik van de langstlevende om te zetten in volle eigendom, tegen betaling. Het vruchtgebruik heeft dus een bepaalde “waarde” die bepaald wordt door enerzijds de levensverwachting van de vruchtgebruiker en de aard van het in vruchtgebruik gegeven goed.

Voorbeeld: een langstlevende echtgenote heeft al jaren een slechte verstandhouding met haar kinderen. Bij overlijden van haar man kwam ze dus liever niet in een situatie terecht waarbij zij het eigendom van de woning zou moeten delen met de kinderen. Om alle discussies te vermijden heeft ze de “omzetting” van het vruchtgebruik gevraagd zodat ze de “volle” eigenaar zou worden. De kinderen hebben hiervoor een vergoeding gekregen.

 

Afstand van het recht op vruchtgebruik

Een vruchtgebruiker kan vrijwillig afstand nemen van zijn recht, bijvoorbeeld om de blote eigenaar te bevoordelen of omdat de lasten verbonden aan het vruchtgebruik te zwaar zijn. Indien de vruchtgebruiker afstand neemt van zijn recht, wordt de blote eigenaar de “volle” eigenaar.