De pachtprijs en andere geldelijke lasten

Alle bedingen waarbij de pachter verplicht wordt tot het betalen van belastingen en taksen of tot het dragen van andere lasten die in feite door de verpachter verschuldigd zijn, worden als niet-bestaande beschouwd.

De verpachter is verplicht aan de pachter een kwijtschrift te geven voor de ontvangen pachtgelden en er de werkelijk betaalde som op te vermelden.
De grootte en de betaling van de pachtsom kan bewezen worden met alle rechtsmiddelen, met inbegrip van getuigen en vermoedens.

De pachter kan ook de pachtprijs betalen per postcheque op naam, of door overschrijving of storting. Dit geldt als bewijs van betaling, zo de verpachter de betaling zou betwisten.

De pachtprijs wordt bepaald door de pachter en de verpachter maar is wettelijk beperkt. Het wettelijke maximum wordt berekend door het kadastraal inkomen van de verpachte gronden en gebouwen te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en verschilt van streek tot streek. Deze coëfficiënten worden vastgesteld door de pachtprijzencommissie.
Zij kunnen verschillend zijn voor gronden en gebouwen.
De pachter kan een vermindering van de pachtprijs bekomen als de oogst mislukt of vernield is.
Er is ook voorzien dat zowel verpachter als pachter een herziening van de pacht kunnen vragen (dit alles evenwel binnen de grenzen van de wettelijke maximumprijzen).

De pachtprijs is een essentieel element voor het bestaan van pacht: indien er gratis gebruik is, dan is er van pacht geen sprake en valt de overeenkomst niet onder strenge wettelijke bepalingen. De pachtprijs kan worden uitgedrukt in een geldsom, maar ook door een verwijzing naar een hoeveelheid landbouwproducten of naar de prijs van landbouwproducten. Het is de verpachter die moet bewijzen dat er geen pachtprijs werd betaald.

Voor een loopbaanpacht en voor een pacht van minimum 27 jaar kan een hogere pachtprijs aangerekend worden. Ook hiervoor gelden maxima.