Onderpacht en pachtoverdracht

Onderpacht of pachtoverdracht van het geheel of een deel van de verpachte goederen is in principe slechts mogelijk mits schriftelijke en voorafgaandelijke toestemming van de verpachter.

Onderpacht

De pachter kan zonder de toestemming van de verpachter het gehele pachtgoed in onderpacht geven aan zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of aan die van zijn echtgenoot, evenals aan de echtgenoten van voornoemde afstammelingen of geadopteerde kinderen.
De duur van de onderpacht kan de duur van de hoofdpacht niet overschrijden.

Pachtoverdracht

De pachter kan zonder toestemming van de verpachter zijn pacht geheel overdragen aan dezelfde personen als die vernoemd bij 'onderpacht'.
De overnemer treedt in al de rechten en plichten die uit de pacht voortvloeien, maar de overdrager blijft samen met de overnemer hoofdelijk verantwoordelijk voor het voldoen aan de verplichtingen die uit de pacht ontstaan.

Bevoorrechte pachtoverdracht

Wanneer de pachter of zijn rechtverkrijger binnen de 3 maanden na de ingenottreding door overname aan de verpachter kennis geeft bij aangetekend schrijven of bij gerechtsdeurwaardersexploot van de pachtoverdracht, dan ontstaat hierdoor pachtvernieuwing ten voordele van de overnemer(s).
De bevoorrechte pachtoverdracht is enkel mogelijk ten voordele van de personen vermeld bij ‘onderpacht’ .
Dit heeft dus tot gevolg dat een nieuwe eerste pachtperiode ingaat van 9 jaar die aanvangt op de verjaardatum van de ingenottreding door de overdrager en volgend op de kennisgeving.
In dit geval is de overdrager ontslagen van alle uit de pacht voortvloeiende verplichtingen ontstaan na de kennisgeving.
De verpachter kan tegen dergelijke pachtoverdracht verzet aantekenen door dagvaarding voor de vrederechter van de vroegere en nieuwe pachter(s). Dit moet gebeuren binnen 3 maanden na voormelde kennisgeving op basis van ernstige redenen, limitatief opgesomd in de wet. Als voornaamste reden wordt vermeld: het voornemen van de verpachter om het goed zelf te exploiteren.