Bewijs van pacht en duur

Principe: de pacht moet schriftelijk worden vastgelegd. Het geschrift kan onderhands of bij notariële akte worden opgemaakt.

In sommige gevallen is een notariële akte verplicht, bijvoorbeeld bij een eerste pachtperiode van méér dan 9 jaar.

Bij ontstentenis van geschrift mag de exploitatie bewezen worden met alle middelen, inbegrepen getuigen en vermoedens.
Daarenboven kan de pachter het bewijs ook leveren door voorlegging van een “bewijs van betaling”.

Duur van de pacht

De duur wordt vastgesteld door de partijen maar mag niet korter zijn dan 9 jaar.
Bij gebrek aan een geldige opzegging wordt de pacht van rechtswege verlengd voor opeenvolgende perioden van telkens 9 jaar zelfs indien de eerste gebruiksperiode langer heeft geduurd dan 9 jaar.

Daarnaast bestaat ook de loopbaanpacht: de verpachter verleent aan de pachter een vaste pacht tot deze laatste de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft met een wettelijk minimum van 27 jaar. De pachter moet dus jonger zijn dan 38 jaar bij het aangaan van de pacht. Deze pacht eindigt echter onvoorwaardelijk bij het bereiken van deze leeftijd, er is geen pachtvernieuwing mogelijk. Gedurende deze loopbaanpacht zijn onderpacht en pachtoverdracht toegelaten. Eenzijdige opzegging gedurende deze periode is niet mogelijk.
Door deze formule wordt aan de pachter de zekerheid van een volledige beroepscarrière verleend en worden aan de verpachter bepaalde voordelen geboden inzake pachtprijs en inkomstenbelastingen.
Enkel de onroerende voorheffing is verschuldigd; de inkomsten van deze pacht zijn niet belastbaar.