De handelshuur

Onder de handelshuurwet valt de huur van onroerende goederen of gedeelten ervan die, hetzij uitdrukkelijk of stilzwijgend vanaf de ingebruikneming door de huurder, hetzij krachtens een uitdrukkelijke overeenkomst tussen partijen in de loop van de huurperiode door de huurder of door een onderhuurder in hoofdzaak gebruikt worden voor het drijven van een kleinhandel of voor het bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact staat met het publiek.

Bepaling van de bestemming

Zowel mondelinge als schriftelijke overeenkomsten kunnen onder toepassing van de handelshuurwet vallen.

Bij ingebruikneming door de huurder: om bewijsproblemen of discussies uit de weg te gaan is het aangewezen een schriftelijke overeenkomst op te stellen, waarin de handelsbestemming ondubbelzinnig vermeld wordt. Bij gebrek aan deze vermelding (of in geval van mondelinge overeenkomst) mag de huurder steeds het stilzwijgend akkoord van de handelshuur bewijzen met alle rechtsmiddelen.

Gedurende de huurperiode: in dat geval is de uitdrukkelijke toestemming van de verhuurder noodzakelijk; louter gedogen volstaat niet!
Sanctie: de verhuurder kan de huurverbreking vorderen.

Uitsluitend of hoofdkarakter

De handels- of ambachtelijke bedrijvigheid moet de voornaamste functie zijn; uiteraard is dit vaak een feitenkwestie.