Vennootschappen met of zonder beperkte aansprakelijkheid

Het begrip beperkte aansprakelijkheid betekent dat de vennoten in principe slechts aansprakelijk zijn tot het bedrag van de door hen gedane inbreng in de vennootschap.

In de vennootschappen met een beperkte aansprakelijkheid is er steeds een strikte scheiding tussen het vermogen van de vennootschap enerzijds en het privé vermogen van de vennoten anderzijds.

In vennootschappen die geen rechtspersoonlijkheid bezitten, zijn de vennoten onbeperkt aansprakelijk en is er dus geen scheiding tussen het vennootschaps- en het privé vermogen. In dit geval zijn de vennoten persoonlijk aansprakelijk voor alle schulden van de vennootschap.

De nv, de bvba en de cvba zijn de drie vennootschapsvormen met een volkomen rechtspersoonlijkheid die de vennoten het voordeel van de beperkte aansprakelijkheid verschaffen.
Toch leidt het bezit van rechtspersoonlijkheid niet altijd tot een beperkte aansprakelijkheid. Zo hebben ondermeer de vof en de cvoa wel rechtspersoonlijkheid, maar genieten de vennoten geen beperkte aansprakelijkheid.

De draagwijdte van het beginsel van de beperkte aansprakelijkheid mag echter niet overschat worden. Het is verkeerd te stellen dat de oprichting van een van de voornoemde vennootschapsvormen met beperkte aansprakelijkheid automatisch tot gevolg heeft dat de vennootschapsschuldeisers geen enkel verhaal meer hebben op het persoonlijk vermogen van de vennoten.

Een vennootschap oprichten met beperkte aansprakelijkheid veronderstelt immers dat men de regels respecteert die hiervoor opgelegd zijn door de wetgever. Als een vennootschap wordt opgericht met een duidelijk ontoereikend maatschappelijk kapitaal of als het beheer van de vennootschap indruist tegen de wetgeving of de statuten, dan voorziet de wetgever erin dat, al naargelang het geval, de oprichters, de zaakvoerders of de beheerders persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor deze fouten.
In bepaalde gevallen van faillissement zullen zij zelfs persoonlijk gehouden zijn om het geheel of een gedeelte van het onvoldoende actief te dragen of zullen zij zelfs met hun persoonlijk vermogen dienen in te staan voor het faillissement van de vennootschap.

Bovendien moet ook benadrukt worden dat een belangrijke waarborg van solvabiliteit van de vennootschap vaak berust bij de persoon achter de vennootschap. Zo gebeurt het regelmatig dat de bankier in waarborg voor de door hem toegestane kredieten aan de vennootschap, de persoonlijke borgstelling eist van de hoofdaandeelhouder of de zaakvoerder van de vennootschap. In die omstandigheid is de verleende borgstelling aan de bank verbonden met het ondernemersrisico.