(stief)kind: iedereen gelijk voor de wet?
13 september 2016

Vandaag zijn nieuw samengestelde gezinnen courant. Veel gezinnen zijn immers samengesteld uit een koppel met kinderen van slechts één van de partners. Niet altijd, maar vaak, ontstaan er hechte banden tussen het stiefkind en zijn stiefouder zodat het niet ondenkbaar is dat deze laatste ook iets aan zijn stiefkind wil nalaten. Sterker nog, sommige stiefouders beschouwen hun stiefkind als hun eigen kind en willen dit vertalen in een gelijk erfrecht. Kan je een stiefkind volledig gelijk behandelen als het op erfrecht aankomt?  

Een stiefkind is geen erfgerechtigde
Een eerste belangrijk punt is dat een stiefkind géén wettelijke erfgerechtigde is van zijn stiefouder, ook al is deze getrouwd met zijn natuurlijke ouder. Hoe raar het ook mag klinken, wettelijk gezien zijn stiefkinderen “vreemden” ten opzichte van hun stiefouder als het op erven aankomt. Gelukkig zijn er wel mogelijkheden om toch iets na te laten aan het stiefkind.

Schenken en legateren
Om je stiefkind te bevoordelen, bestaan er verschillende mogelijkheden, elk met hun eigen gevolgen.

Een eerste mogelijkheid bestaat er in om je stiefkind via een omweg te beschermen door je partner (de biologische ouder van je stiefkind) te bevoordelen. Door te schenken, huwelijksvoordelen toe te kennen of te legateren (via een testament) zal het vermogen, weliswaar later, bij het stiefkind terechtkomen. Het stiefkind erft immers rechtstreeks van zijn natuurlijke ouder. Het nadeel is wel dat er twee maal belastingen betaald zullen moeten worden op hetzelfde vermogen: één maal als de stiefouder sterft en een tweede maal als de langstlevende sterft.

Daarom zal een stiefouder er dan ook eerder voor kiezen om schenkingen te doen of te legateren in het voordeel van zijn stiefkind. Ook het stiefkind zal onderworpen zijn aan een schenk- of erfbelasting, maar in principe zal hij kunnen genieten van dezelfde gunstige tarieven als de natuurlijke kinderen. Bij feitelijke samenwonende (stief)ouders moet er dan wel sprake zijn van een ononderbroken samenwoning van minstens één jaar en een gemeenschappelijke huishouding. Opgelet, voor Brussel gelden strengere regels; daar moet de stiefouder het kind een aantal jaren hebben opgevoed.

Altijd een gelijke behandeling mogelijk?
Iemand die alle kinderen, inclusief zijn stiefkinderen, op gelijke voet wil behandelen door te schenken of een testament op te stellen, zal dit niet altijd kunnen doen. In België hebben de natuurlijke kinderen en de langstlevende echtgenote immers een wettelijke “reserve”. Dit is een stukje van de nalatenschap dat hoe dan ook naar deze beschermde erfgenamen moet gaan. Wat er overblijft, noemt men het “beschikbaar deel”. Dit is het deel dat een persoon vrij mag gebruiken om te schenken of legaten op te stellen. Het beschikbaar deel is echter afhankelijk van het aantal kinderen; hoe meer kinderen, hoe kleiner het beschikbaar deel. Heb je één kind, dan heeft die een reserve van 1/2de. De helft blijft bijgevolg over en daarover mag je beschikken. Heb je echter twee kinderen, dan zal je slechts over 1/3de mogen beschikken. Bij drie of meer kinderen is dat maar 1/4de.

Zoals hierboven vermeld zijn stiefkinderen géén wettelijke erfgenamen. Om ze te bevoordelen, zal je het beschikbaar deel moeten gebruiken van de nalatenschap. Wanneer je meerdere stiefkinderen hebt, zal het bijgevolg niet altijd mogelijk zijn om ze gelijk te behandelen met de natuurlijke kinderen. Het beschikbaar deel zal dan immers verder opgesplitst moeten worden onder de stiefkinderen, terwijl de natuurlijke kinderen hoe dan ook recht hebben op hun beschermd erfdeel, ongeacht het aantal stiefkinderen.

De adoptie
Een verregaandere oplossing is de stiefouderadoptie. Hierdoor zal je stiefkind wettelijk gelijkgesteld worden met je natuurlijk kind. Dit betekent dat hij net zoals de andere kinderen recht heeft op een “reserve”, een beschermd erfdeel. Je hoeft dus geen rekening meer te houden met het “beschikbaar deel”.

De adoptie lijkt dus de enige oplossing om een volledige gelijkheid te verzekeren tussen alle kinderen van de erflater, inclusief de stiefkinderen.

In de praktijk stuit deze mogelijkheid echter op een paar praktische bezwaren. Zo zal de biologische ouder van het stiefkind vaak niet akkoord gaan met de adoptie. Bovendien moet het stiefkind zélf nog zijn akkoord geven (indien hij de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt). Uit eerbied voor zijn biologische ouder zou het kunnen gebeuren dat het stiefkind de adoptie afwijst. De band met de oorspronkelijke familie volledig doorknippen wordt dan ook door velen als een té verregaande oplossing beschouwd.

Rol van de notaris
Je ziet dus… Al de gezinsleden gelijk behandelen is bij nieuw samengestelde gezinnen vaak een moeilijke evenwichtsoefening. Niet alles kan en niet alles mag. De notaris is de aangewezen persoon om je binnen de grenzen van wat wettelijk mogelijk is te helpen bij deze moeilijke oefening. Hij zal meedenken en oplossingen aanreiken zodat er toch rekening kan worden gehouden met de stiefkinderen.

Stiefkinderen hebben géén wettelijk erfrecht. Beschouw je je stiefkind als je eigen kind en wil je hun erfrecht vergroten? Dan zal je zelf stappen moeten ondernemen door te schenken of een testament op te stellen. Indien je stiefkinderen laat erven, genieten ze in principe wel van dezelfde successietarieven als de natuurlijke kinderen. De mate waarin je stiefkinderen op gelijke voet kan behandelen met de natuurlijke kinderen hangt in grote mate af van het aantal stiefkinderen. Eén stiefkind zal je vaak gelijk kunnen behandelen, doordat het “beschikbaar” deel van je nalatenschap voldoende groot is ten opzichte van het voorbehouden deel van de kinderen. Bij meerdere stiefkinderen is dat echter niet het geval. Een adoptie kan een oplossing bieden, maar is in de praktijk niet altijd wenselijk indien het stiefkind nog een goede band heeft met zijn biologische ouder.

 
 

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat