Schenken of laten erven?
9 februari 2016

Schenkingen zijn de laatste jaren een hot item geworden. Logisch, want de tarieven van de schenkbelasting zijn doorgaans voordeliger dan deze van de erfbelasting. Roerende schenkingen genieten van vlakke lage tarieven (3% en 7%) en sinds vorig jaar zijn ook de tarieven voor onroerende schenkingen fors verlaagd. Maar is schenken altijd een fiscaal voordelige oplossing? In welke situaties is het “veilig” om te schenken en in welke minder?

Waarom schenken?
Mensen schenken omwille van verschillende redenen. Ten eerste erven mensen gemiddeld “laat” in hun leven, vaak hadden ze dat kapitaal liever gekregen bij de aankoop van hun huis of bij de opstart van hun onderneming. Dat financieel duwtje in de rug komt dan net te laat.

Bovendien is erven vaak een dure aangelegenheid. Enerzijds erf je een nalatenschap, maar anderzijds moet je ook erfbelasting betalen. Afhankelijk van de waarde van de nalatenschap en van je verwantschap met de overledene kan die hoger uitvallen. Op schenkingen daarentegen, betaal je schenkbelasting en die is de laatste jaren gevoelig verminderd. Bovendien verkleint een schenking het totaal “te erven” vermogen, wat dan weer een positieve invloed heeft op de erfbelasting.

Vlakke en progressieve tarieven
Roerende schenkingen zijn onderworpen aan vlakke tarieven (3% en 7%). Wat de waarde van het geschonken roerend goed ook is, je schenking zal altijd onderworpen zijn aan deze bedragen.

Bij onroerende schenkingen (woning of grond) is het wat ingewikkelder; daar zijn de tarieven progressief. Dat betekent dat ze stijgen naarmate de waarde van het geschonken onroerend goed groter is. De waarde van de schenking is dus verbonden aan een bepaalde “belastingschijf”, die op zijn beurt gekoppeld is aan een bepaald belastingtarief.

Progressievoorbehoud
Als je weet dat de belastingtarieven hoger worden naarmate de waarde van de geschonken of de vererfde goederen stijgt, dan zou je de fiscus te slim af kunnen zijn door telkens kleine opéénvolgende schenkingen te doen. De nalatenschap zou dan verkleinen en bovendien zouden de “kleinere” schenkingen telkens in de laagste schijf terechtkomen. Of toch niet?

Je vermoedt het al: het zou te mooi zijn om onbeperkt te kunnen schenken. De fiscus heeft dit gedrag willen tegengaan door een specifieke fiscale regel in het leven te roepen, die in het vakjargon het “progressievoorbehoud” wordt genoemd.

Progressievoorbehoud komt in twee gevallen voor: ofwel bij opéénvolgende onroerende schenkingen binnen de drie jaar (progressievoorbehoud bij schenkingen) ofwel bij een overlijden binnen de drie jaar na een onroerende schenking (progressievoorbehoud bij overlijden).

In deze twee situaties gaat de fiscus er eigenlijk van uit dat je schenkt zodat je erfgenamen finaal minder erfbelasting moeten betalen. Daarom zal de fiscus bij opéénvolgende onroerende schenkingen binnen de drie jaar de waarde van de geschonken onroerende goederen samentellen. Resultaat? Een hogere fiscale grondslag, met als gevolg de toepassing van een hogere belastingschijf en dus… een hogere schenkbelasting.

Hetzelfde principe zal gelden indien de schenker binnen de drie jaar na een onroerende schenking overlijdt en er in zijn vermogen nog een onroerend goed aanwezig is. De waarde van het geschonken onroerend goed zal dan fictief bij de nalatenschap geteld worden. Opnieuw wordt de belastbare grondslag dus fictief verhoogd waardoor de verschuldigde erfbelasting finaal zal stijgen indien men daardoor in een hogere belastingschijf terechtkomt.

Progressievoorbehoud (oftewel de verhoging van je belastbare grondslag) speelt dus niet altijd. Ten eerste is progressievoorbehoud iets waar je alleen rekening mee moet houden bij onroerende schenkingen. Bij roerende schenkingen speelt deze regel niet. Ten tweede wordt de schenking van sommige onroerende goederen buiten deze regel gehouden. Dit is zo voor de schenking van bouwgrond en de schenking van een familiebedrijf.

Zoals hierboven omschreven, kan progressievoorbehoud ook maar parten spelen indien er meerdere onroerende goederen in het vermogen zijn. De waarde van het geschonken onroerend goed kan immers maar fictief gevoegd worden bij de waarde van een ander onroerend goed, en niet bij de waarde van de roerende goederen. Heb je maar één woning of grond in je vermogen? Dan hoef je niet wakker te liggen van progressievoorbehoud.

Schenken altijd beter?
Fiscaal gezien is schenken heel vaak de beste beslissing, maar enige waakzaamheid is altijd geboden. Bij schenkingen geldt het principe “gegeven is gegeven”. Op een schenking kan je niet zomaar terugkomen, zelfs als bepaalde levensomstandigheden zijn gewijzigd waardoor je het geschonken kapitaal wel eens terug zou kunnen gebruiken…

Schenkingen staan de laatste jaren steeds meer in de schijnwerpers. In heel wat gevallen is schenken immers fiscaal voordeliger dan erven. Toch dien je rekening te houden met een paar belangrijke fiscale regels.

Wil je meer informatie, tarieven en voorbeelden? Lees dit blogbericht via
http://bit.ly/1SdlOFg of maak een afspraak met jouw notaris!

 
 

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat