Nieuw in Huwen en samenwonen
30 mei 2016

Wettelijke samenwoning en huwelijk: de duivel zit in de details

Vroeger was trouwen de norm, maar vandaag is dat lang niet meer het geval. De cijfers van de wettelijke samenwoners liegen er niet om: in april 2016 waren er 3824 huwelijken in Vlaanderen terwijl er in dezelfde maand 3549 Vlamingen een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd. Dat wettelijk samenwonen in de lift zit is geen geheim. Daarbij kunnen we ons een vraag stellen: Is trouwen iets van de vorige generaties of heeft trouwen vandaag wel nog degelijk een meerwaarde ten opzichte van de wettelijke samenwoning? We zetten hieronder enkele verschilpunten in het licht.

Reservataire erfgenaam
Een eerste aspect is het erfrecht. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, hebben wettelijke samenwonenden niet dezelfde erfrechten als getrouwde koppels. De langstlevende echtgeno(o)t(e) is een reservataire erfgenaam en heeft in die hoedanigheid recht op het vruchtgebruik van de volledige nalatenschap. Dit kan dus bijvoorbeeld ook het vruchtgebruik van bepaalde rekeningen omvatten, de interesten met andere woorden. Een langstlevende wettelijke samenwonende zal enkel recht hebben op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel.

Daarnaast mag je niet vergeten dat de echtgeno(o)t(e) altijd recht heeft op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel, dat kan niet van haar of van hem ontnomen worden door de partner. Dat laatste is niet het geval bij wettelijke samenwoners. Het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel kan bij leven ontnomen of beperkt worden via een testament, zelfs zonder medeweten van de andere partner.

Vermogen en verdeling ervan
Getrouwde koppels zonder huwelijkscontract vallen automatisch onder het wettelijk stelsel. In dit stelsel gaan alle inkomsten en aanwinsten die het koppel heeft verworven tijdens het huwelijk in een gemeenschap. Echtgenoten hebben bovendien een mogelijkheid om een huwelijkscontract af te sluiten waarbij zij vermogensrechtelijke afspraken kunnen maken over hun persoonlijke of gemeenschappelijke goederen. Die afspraken kunnen gevolgen hebben op de toekomstige aanspraken van de langstlevende partner en de kinderen bij overlijden van één van de echtgenoten.

Wettelijk samenwoners houden elk hun eigen bezittingen en inkomsten, ook deze die tijdens de wettelijke samenwoning worden verworven. Ze kunnen wel een samenlevingsovereenkomst opstellen om het lot van de goederen en inkomsten te regelen. Deze samenlevingsovereenkomst moet op maat gemaakt worden door de notaris, in functie van de behoeftes en omstandigheden. Net zoals bij een huwelijkscontract kunnen in een samenlevingsovereenkomst bepaalde afspraken gemaakt worden over de persoonlijke en het onverdeelde vermogen van het koppel. Bovendien kan in een dergelijke overeenkomst ook een taakverdeling afgesproken worden of bepaalde afspraken gemaakt worden over het beheer van de kosten en inkomsten.

De beëindiging van de relatie
Om een wettelijke samenwoning te beëindigen, volstaat een schriftelijke verklaring voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Gehuwden moeten altijd de echtscheiding aanvragen. Het is de familierechtbank die bevoegd is voor vorderingen tot echtscheiding.

Noteer wel dat de procedure voor de echtscheiding met onderlinge toestemming in de loop van de jaren is versoepeld; Indien de echtgenoten al meer dan zes maanden gescheiden leven sinds het verzoekschrift hoeven ze zelfs niet meer altijd voor de rechtbank te verschijnen. De procedure gebeurt dan in principe volledig schriftelijk.

De overname van de gezinswoning na de breuk maakt een ander belangrijk verschilpunt uit. Gehuwden onder een (wettelijk) stelsel van gemeenschap kennen een systeem van “preferentiële overname” van de gezinswoning. Dat betekent dat elk van de echtgenoten aanspraak kan maken op een overname van de gemeenschappelijke gezinswoning en de huisraad tegen een schattingsprijs. Ze kunnen elkaar bijgevolg niet verbieden om de gezinswoning over te nemen. Indien ze er niet aan uit geraken zal de rechter de knoop moeten doorhakken. Bij een wettelijke samenwoning is er geen systeem van preferentiële overname. Daar kunnen de ex-partners elkaar verhinderen om het huis over te nemen.

Indien het ex-koppel kinderen heeft zal een verblijfsregeling uitgewerkt moeten worden. Hier is er geen verschil tussen wettelijke samenwoners en gehuwden. Alles zal beslist worden in het belang van de kinderen en hun ouders, met of zonder tussenkomst van de rechter.

Rechten en plichten
“In goede en kwade dagen” zijn meer dan woorden in een huwelijk. Echtgenoten zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. Deze verplichting werkt soms nog door na een echtscheiding, in de vorm van onderhoudsgeld (alimentatie).

Wettelijke samenwoners hebben niet dezelfde plichten tijdens de samenwoning. Wettelijk gezien is er ook geen sprake van onderhoudsgeld bij de beëindiging van de samenwoning. In de praktijk kan één en ander wel geregeld worden in een samenlevingsovereenkomst. Zo kan je afspreken dat één van de partners een “verbrekingsvergoeding” moet betalen, maar dat kan niet als een onderhoudsbijdrage gezien worden. Samenwonenden zijn elkaar immers geen bijstand verschuldigd.

Bij samenwoning bestaat er daarentegen wél een onderhoudsplicht voor de kinderen. In dit kader kan nog een verschil vermeld worden: gehuwde vaders krijgen automatisch vaderschapsbanden met een tijdens het huwelijk geboren kind van hun echtgenote (het vermoeden van vaderschap).  Vaders die wettelijk samenwonen met de moeder worden daarentegen niet automatisch als de vader gezien, althans niet wettelijk. Ze moeten hun kind uitdrukkelijk bij de gemeente of ten overstaan van een notaris erkennen. Dezelfde regeling geldt trouwens ook voor meemoeders.

Zowel bij een huwelijk als bij een wettelijke samenwoning krijgt de gezinswoning een bijzonder statuut. Enerzijds kan zowel de echtgenoot-eigenaar als de wettelijke samenwonende-eigenaar niet vrij beschikken over de woning en de huisraad zonder toestemming van de andere partner, en anderzijds behoort het recht op huur van de gezinswoning aan beide echtgenoten/wettelijke samenwoners, zelfs indien de huurovereenkomst slechts door één partner werd afgesloten.

Overlevingspensioen
Enkel gehuwden hebben recht op een overlevingspensioen. Wettelijke samenwoners krijgen dit niet.

Belastingen
Zowel voor gehuwden als wettelijk samenwonenden is er sprake van één aangifte en één gezamenlijke aanslag (behalve voor het jaar waarin het huwelijk of de wettelijke samenwoning werd gesloten). De statuten lopen ook gelijk voor wat het verhaalrecht voor de fiscus betreft: de partners zijn aansprakelijk voor elkaars belastingschuld.

Zowel de gehuwden als de wettelijke samenwoners genieten in principe van een verlaagd tarief wanneer ze van elkaar erven (de erfbelasting). Beiden krijgen ook een vrijstelling van erfbelasting bij het erven van de gezinswoning. Opgelet, bij een wettelijke samenwoning geldt dit niet indien de samenwoners verwant zijn met elkaar (bijvoorbeeld kind-ouder).

Ondanks de vele gelijkenissen tussen een wettelijke samenwoning en een huwelijk, bestaan er wel degelijk nog belangrijke verschillen. Deze verschillen zijn vooral voelbaar na overlijden van één van de partners. Zowel aan het huwelijk als aan de wettelijke samenwoning zijn er voordelen en nadelen gekoppeld. De boodschap is om je goed te informeren naar de verschillen tussen de instituten, zodat je een weloverwogen keuze gemaakt kan worden. Sommige elementen zoals het starten van een onderneming of het hebben van kinderen kunnen een rechtstreekse invloed hebben op je keuze. Aarzel niet om advies in te winnen bij de notaris. 

 
 

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat