Beschermingsstatuut wilsonbekwamen in een nieuw kleedje
6 oktober 2014

Het 19de eeuwse beeld van de wetgever over personen met een functioneringsstoornis is achterhaald. Je had de "voogd" die een hand boven het hoofd hield van de "pupil". Vandaag erkent de wetgever dat wilsonbekwame personen ook volwaardige deelnemers zijn van de samenleving en op een gelijkwaardige manier moeten genieten van rechten en plichten.

De wet tot invoering van een globaal beschermingsstatuut voor meerderjarige wilsonbekwame personen is de uiting van deze verfrissende gedachte. Het vervangt de bestaande systemen van het voorlopig bewind, verlengde minderjarigheid ,de gerechtelijke onbekwaamheidverklaring en de toevoeging van een gerechtelijk raadsman; weliswaar met een overgangsperiode voor reeds lopende beschermingsmaatregelen.

Het steunt op verschillende uitgangspunten, waarvan de belangrijkste wellicht de autonomie is van de te beschermen persoon. De wilsonbekwame moet betrokken worden in het proces naar verhouding van zijn vermogens. Er wordt vertrokken van het standpunt dat de persoon nog steeds bekwaamheden en mogelijkheden heeft. De sociale integratie en participatie in de maatschappij moet worden ondersteund. Een gerechtelijke beschermingsmaatregel die de betrokken persoon minder autonomie geeft, moet dus enkel toegepast worden als buitengerechtelijke oplossingen niet meer lukken.

Het statuut van meerderjarige wilsonbekwamen wordt strikt gescheiden van het statuut van minderjarigen. De uniforme regeling voor minderjarigen kan niet doorgetrokken worden naar meerderjarigen. Functioneringsstoornissen zijn immers uiteenlopend en iedere situatie moet afzonderlijk bekeken worden. Meerderjarige wilsonbekwamen worden niet langer beschouwd als “pupillen” maar als volwassen personen tout court.

Dit kan allemaal lukken als de verschillende actoren zoals de vrederechter, de familie, de notaris en de verschillende netwerken op constructieve wijze samenwerken. Om te verzekeren dat de aanpak echt op een persoonsgerichte manier gebeurt wordt de rol van de vertrouwenspersoon van de wilsonbekwame benadrukt. Hij is de go-to persoon van de vrederechter, hij ondersteunt en is bovendien de spreekbuis voor de wilsonbekwame die zich niet volledig kan uiten.

Dit globaal systeem zorgt, naar gelang het concrete geval, voor een beheer over zowel de goederen als de persoon zelf. Daarbij geeft de wetgever de voorkeur aan een soepel systeem naar het model van het voorlopig bewind. Gedaan met de complexe wetteksten van de vroegere modellen, nu krijgt de vrederechter ruimte om beschermingsmaatregelen te moduleren naar de specifieke situatie van de betrokken persoon.

Kortom: het beschermingsstatuut van meerderjarige onbekwamen in een nieuw kleedje… maar dan wel één op maat gemaakt.

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat