Bewijs van het eigen vermogen

Goederen waarvan de echtgenoot/echtgenote niet kan bewijzen dat ze van hem/haar zijn, worden geacht tot de huwelijksgemeenschap te behoren. Wenst men iets voor zichzelf te houden, dan moet men kunnen bewijzen dat het een eigen goed is.

Waarom dit bewijs?

Het bewijs dat iets van de ene dan wel de andere echtgenoot is, zal vooral van belang zijn bij echtscheiding, omdat dan de gemeenschappelijke goederen worden verdeeld. Goederen die eigendom zijn van één van de echtgenoten worden niet verdeeld. Elke echtgenoot behoudt dus zijn eigen goederen.

Ook als schuldeisers van één van de echtgenoten beslag komen leggen, is het zeer belangrijk dat elke echtgenoot kan aantonen welke goederen van de ene of andere partner zijn.

Ten slotte is dit ook van belang bij het overlijden van één van de partners. De eigen goederen van de overleden echtgenoot komen toe aan zijn of haar erfgenamen. De gemeenschappelijke goederen moeten in principe in gelijke helften verdeeld worden tussen de erfgenamen van de eerstoverledene en die van de langstlevende echtgenoot.

De bewijsregels

Het is daarom niet zonder belang dat men kan bewijzen dat goederen persoonlijke eigendom zijn. De bewijsregels bepalen hoe de echtgenoten kunnen aantonen welke goederen van elk van hen zijn en welke hen beiden toebehoren.

Opsomming in het huwelijkscontract

In het huwelijkscontract kan opgesomd worden welke goederen elk van de partners bezit op het ogenblik van het aangaan van het huwelijk.
Het huwelijkscontract zelf vormt dan het bewijs. Het huwelijkscontract kan niet verloren gaan: het origineel exemplaar wordt door uw notaris bewaard en daarvan kan altijd een afschrift verkregen worden.

Alle meubelen worden geacht gemeenschappelijk bezit te zijn, ook die meubelen waarvan men een factuur heeft op naam van slechts één van de echtgenoten. Bij echtelijke conflicten komt het meermaals voor dat men met behulp van een factuur wil aantonen dat men bepaalde goederen in uitsluitende eigendom heeft.
Indien deze factuur dateert van tijdens het huwelijk, vormt het geenzins het bewijs dat het goed eigendom is van de persoon op wiens naam de factuur staat. Men gaat er vanuit dat de factuur betaald werd met inkomsten (= gemeenschappelijk vermogen).

Heeft men echter eigen geld, bijvoorbeeld van een erfenis, dan kan dat geërfd geld besteed zijn, herbelegd zijn in bijvoorbeeld een schilderij.
In dat geval en in de veronderstelling dat kan aangetoond worden dat bedoeld schilderij gekocht werd met die eigen - geërfde - gelden zal het schilderij een eigen goed zijn van die echtgenoot. Het is in herbelegging van eigen geld gekocht.

Wenst men een grond, een huis of een ander onroerend goed in wederbelegging als eigen goed aan te kopen, dan is het absoluut noodzakelijk dat dit in de notariële aankoopakte vermeld wordt. Zoniet kan dat onroerend goed niet als een eigen goed beschouwd worden. Breng uw notaris tijdig op de hoogte van uw bedoeling.

Is het geld op mijn bankrekening niet mijn eigen geld?
Niet zomaar: indien u zonder huwelijkscontract gehuwd bent, wordt vermoed dat dit geld van u en van uw echtgenoot of echtgenote is. Wat eerder gezegd werd over de facturen op naam van één van de echtgenoten, moet eveneens toegepast worden op de bank- en spaarrekeningen die op naam van één van beiden staan. Op de rekeningen van de echtgenoten zullen naar alle waarschijnlijkheid voor het overgrote deel de inkomsten van de echtgenoten gestort worden.

Ongeacht of op de rekening van de ene echtgenoot zijn of haar loon gestort wordt en op de rekening van de andere partner diens loon, toch zullen de gelden op die beide afzonderlijke rekeningen gemeenschappelijk zijn. Bij echtscheiding en bij overlijden zullen beide rekeningen in tweeën verdeeld moeten worden, tenzij men kan bewijzen dat het eigen gelden zijn, bv. uit een erfenis. Het spreekt voor zich dat ook de rekening op naam van beide echtgenoten aan dat regime onderworpen is.