Juridische verschillen bij de totstandkoming...

Het huwelijk wordt afgesloten voor de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Feitelijk samenwonen vraagt totaal geen formaliteiten.
Wettelijk samenwonen vereist de overhandiging van een geschrift aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, wat enkel kan voor ongehuwden.

Met betrekking tot hulp en bijstand

Getrouwde koppels zijn verplicht elkaar te helpen en elkaar ”het nodige” te verschaffen, soms ook na een scheiding. Ongehuwd samenwonenden hoeven dat niet te doen, tenzij de partners hierover schriftelijke afspraken hebben gemaakt.

Met betrekking tot geld en bezit

De gevolgen van het huwelijk voor het vermogen en de schulden van de echtgenoten zijn in een heel pakket wettelijke regels vastgelegd. In een huwelijkscontract kunnen de echtgenoten een eigen keuze maken. Wie feitelijk ongehuwd samenwoont, moet het stellen zonder al die bijzondere wetten: er zijn geen specifieke verplichtingen, noch bijzondere rechten, tenzij de samenwonenden dat zelf zijn overeengekomen.
Bij wettelijke samenwoning geldt als wettelijke verplichting dat iedere partner bijdraagt in de lasten van de samenwoning naargelang zijn/haar mogelijkheden.
De rest (het spaarsaldo) blijft afzonderlijk. In het samenwoningscontract kan men deze lasten omschrijven.

Omtrent de gezinswoning

Echtgenoten zijn verplicht samen te wonen. Alle beslissingen over hun gezinswoning moeten zij samen nemen. Ook al is deze woning verhuurd aan of eigendom van slechts één van hen.
Wettelijke samenwoners genieten dezelfde bescherming als gehuwden.
Feitelijke samenwoners genieten geen bescherming.

Met betrekking tot huur

De huurovereenkomst van de gezinswoning is alleen door Filip afgesloten.
Is Filip gehuwd, dan wordt zijn echtgenote Leen automatisch medehuurder.
Bij echtscheiding kan de rechter bepalen wie van beiden de woning moet verlaten.

  • Woont Filip feitelijk samen met Leen, dan kan zij enkel medehuurder worden als én Filip én de eigenaar dat goed vinden.
  • Wanneer Filip echter wettelijk met Leen samenwoont, is de instemming van de eigenaar niet vereist. Dan verkrijgt bij overlijden de langstlevende van hen immers automatisch en als enige (d.w.z. met uitsluiting van alle andere erfgenamen) het recht op de huur van de gezinswoning.