Schenkingen en onrechtstreekse schenkingen

Schenkingen tussen ongehuwde partners zijn uitermate belangrijk. Anders dan bij echtgenoten of broers en zussen, erven zij niet automatisch van elkaar. Terwijl vroeger deze schenkingen met argusogen werden bekeken (samenwonen werd niet echt aanvaard; men dacht al snel aan een “ongeoorloofde” relatie tussen de partners) worden ze vandaag algemeen aanvaard. Het is normaal dat ook koppels die samenwonen voor elkaar willen zorgen.

Intussen is duidelijk dat je voor wat je samen bezit (zowel woning als bankrekeningen, huisraad, inboedel,…) o.a. met het beding van aanwas de overblijvende partner vaak op een fiscaal gunstige manier kan geruststellen.

Bij een schenking moet men wel rekening houden met:

  • het gevaar dat de kinderen of ouders van de schenker (behalve bij wettelijk samenwonenden alwaar de ouders van de schenker dit niet kunnen) na zijn overlijden de schenking aanvechten;
  • het feit dat schenkingen in principe onherroepelijk zijn.

Andere oplossingen zijn een levensverzekering of de koop op naam van één partner, zoals hierna duidelijk wordt.

De levensverzekering

Partners en echtgenoten kunnen elkaar ook bevoordelen door een levensverzekering af te sluiten. Door een levensverzekering af te sluiten op het hoofd van je partner, verkrijg je bij zijn overlijden immers een som geld of een rente. In principe zal de wetgever op dit uitgekeerd kapitaal wel erfbelasting (successierechten) innen. Er is immers sprake van een “beding ten behoeve van een derde” en dit stelt de wetgever gelijk met een legaat. Om erfbelasting te vermijden kunnen samenwonenden of echtgenoten beslissen om elk zichzelf als begunstigde van een levensverzekering aan te wijzen, zodat er geen sprake is van een beding ten behoeve van een derde. Een voorbeeld kan dit duidelijk maken:

Echtgenoot A betaalt de premies en wijst zichzelf aan als begunstigde op het hoofd van echtgenote B
Echtgenote B betaalt de premies en wijst eveneens zichzelf aan als begunstigde op het hoofd van echtgenoot A

Resultaat? Er is dan geen sprake van een beding ten behoeve van een derde, maar wel van een beding ten behoeve van zichzelf. Daar zal er in principe geen erfbelasting op verschuldigd zijn.

Opgelet, bij echtgenoten gehuwd onder gemeenschap van goederen verschillen de spelregels en geldt dit fiscaal voordeel minder.  

Aankoop op naam van één partner

Wanneer zij al een tijdje samenwonen, zou Filip het appartement aan zee op naam van Leen kunnen aankopen, ook al heeft zij daarvoor het geld niet.
Wanneer hij haar hiermee wil belonen voor het huishoudelijk werk dat zij sinds jaren verricht of voor kosten aan het huis van Filip die zij mee betaald heeft, zullen Filips erfgenamen niet kunnen beweren dat deze aankoop in feite een schenking is. Wanneer Filip sterft, kunnen zij het appartement dus niet opeisen, uiteraard voorzover alles behoorlijk bewezen kan worden.