32 Wat is een wederbeleggingsvergoeding?

Wanneer ik mijn lening of een gedeelte ervan vervroegd terugbetaal, moet ik een vergoeding voor wederbelegging betalen. Wat houdt dit in?

Twee essentiële bepalingen van een leningsovereenkomst bestaan hierin dat de lener aan de uitlener een bepaalde intrest betaalt en er zich toe verbindt het geleende bedrag terug te betalen binnen een overeengekomen termijn.

De wet op het woningkrediet stipuleert uitdrukkelijk dat de kredietnemer een absoluut recht heeft om zijn lening volledig vervroegd terug te betalen. De gedeeltelijke vervroegde terugbetaling mag evenmin uitgesloten worden, maar de kredietnemer kan dan wel geringe beperkingen opleggen. Vast staat evenwel dat de lener minstens 1 maal per jaar een gedeeltelijke vervroegde terugbetaling moet kunnen uitvoeren en dat hij, op elk ogenblik, gedeeltelijke terugbetalingen moet kunnen uitvoeren die minstens 10% van het oorspronkelijk geleende kapitaal bedragen.

Bijna alle contracten voorzien in dit geval ook dat er, naar aanleiding van deze vervroegde terugbetaling, op het terugbetaalde bedrag een eenmalige extra vergoeding dient betaald te worden aan de uitlener, 'wederbeleggingsvergoeding' genoemd. Deze wederbeleggingsvergoeding is wettelijk beperkt tot 3 maanden intrest op het terugbetaalde gedeelte. Wie bijvoorbeeld een vervroegde terugbetaling doet van 2.500 euro op een lening met een rentevoet van 5,5%, zal een vergoeding voor wederbelegging betalen van 34,38 euro (2.500 euro x 5,5%/4).

De reden voor die extra vergoeding is hoofdzakelijk economisch.

Een financiële instelling is een onderneming zoals alle andere; net zoals voor een industriële onderneming ongebruikte machines een verliespost betekenen, vormen onbelegde geldmiddelen voor een financiële instelling een niet voorzien verlies aan inkomsten. Zij dient immers voor de vervroegd terugbetaalde bedragen een nieuwe 'belegging' te zoeken, een nieuwe klant, om haar werkmiddelen opnieuw productief te maken. Het is dit rendementsverlies dat op forfaitaire wijze gecompenseerd wordt door het betalen van een vergoeding voor wederbelegging.

Volledigheidshalve moet hier nog aan toegevoegd worden dat financiële instellingen soms afzien van het eisen van een vergoeding voor wederbelegging, alhoewel zij daar contractueel toe gerechtigd zijn.

Alles hangt daarbij af van de situatie op de geldmarkt op het ogenblik van de vervroegde terugbetaling, het cliëntschap van de ontlener en van het beleid dat de instelling in kwestie wenst te voeren. Sommige instellingen zien zelfs contractueel af van de mogelijkheid een vergoeding voor wederbelegging te vragen bij vrijwillige voortijdige terugbetaling.