9 Wat zijn de lasten van het huwelijk en wie betaalt ze? Welke echtgenoot betaalt welke schulden?

Welke zijn de lasten van het huwelijk en schulden van de echtgenoten?

De lasten van het huwelijk zijn alle lasten die ontstaan ter gelegenheid van het samenleven van de echtgenoten en van hun kinderen, zoals de kosten van bewoning, verwarming, onderhoud, kleding, voeding van het gezin, opvoeding van kinderen.

De echtgenoten - onder welk huwelijksstelsel zij ook gehuwd zijn - zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de huishouding en van de opvoeding van de kinderen. Onder opvoeding van de kinderen wordt bedoeld, de opvoeding van alle kinderen die deel uitmaken van het gezin, ongeacht of zij van beide echtgenoten of van één van hen zijn.

Bijgevolg moeten beide echtgenoten deze schulden helpen betalen. Derden (bv. de winkelier of de leverancier) kunnen van beide echtgenoten betaling vragen van het hele bedrag, ongeacht wie van de echtgenoten de schuld heeft aangegaan.

De ene echtgenoot is echter niet hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de andere, die, gelet op de bestaansmiddelen van het gezin, buitensporig zijn. Dit is een loutere feitenkwestie. Bv. de man heeft een veel te dure encyclopedie besteld, waarvoor de vrouw niet wenst te betalen; de vrouw bestelt kleren voor 200 euro; als dat een normaal bedrag is voor dat gezin kan de man verplicht worden te betalen, als de vrouw geen inkomsten heeft.

De rechtbank heeft hier alle beoordelingsbevoegdheid. Dit belet niet dat deze schulden, naargelang het huwelijksstelsel, gemeenschappelijk kunnen blijven.

Tussen de echtgenoten geldt de regel dat zij in de lasten van het huwelijk moeten bijdragen, 'naar hun vermogen', dit wil zeggen dat de echtgenoot die meer verdient dan de andere of over meer inkomsten beschikt, ook meer moet bijdragen in die schulden.

Wanneer één van de echtgenoten deze verplichting niet nakomt, kan de andere zich door de vrederechter laten machtigen om diens inkomsten en door derden verschuldigde geldsommen te ontvangen. Het vonnis dient nader te preciseren onder welke voorwaarden.

Welke echtgenoot betaalt welke schulden?

Men onderscheidt eigen schulden van elk van de echtgenoten en gemeenschappelijke schulden.

Gemeenschappelijke schulden zijn schulden die aangegaan worden door beide echtgenoten of door één van hen in het belang van het gezin, ten voordele van gemeenschappelijke goederen (bv. de verbetering van de gezinswoning), lasten van giften ten voordele van hun gemeenschappelijk vermogen, intresten van eigen schulden, het onderhoud van kinderen van één enkele van de echtgenoten (bv. ook deze uit een vorig huwelijk).

Zijn daarentegen eigen schulden van een echtgenoot, de schulden die hij aangegaan heeft vóór het huwelijk of die hij geërfd heeft, de schulden die een last uitmaken van een bekomen gift of nog schulden als gevolg van een verboden of onwettelijke handeling zoals een boete, schadevergoeding.

Eigen schulden van één van de echtgenoten worden betaald met het persoonlijk vermogen van die echtgenoot én met zijn inkomsten.

Uitzonderingen hierop zijn onder meer:

  • persoonlijke schulden worden ook betaald met het gemeenschappelijk vermogen als dit laatste zich door eigen goederen heeft verrijkt; bv. als één van de echtgenoten een erfenis verkrijgt en het bedrag hiervan ten voordele van het gezin uitgeeft aan de gezinwoning, dan kunnen de erfbelastingen ook met het gemeenschappelijk vermogen worden betaald;
  • schulden ontstaan ten gevolge van een strafrechterlijke veroordeling of ten gevolge van een veroordeling tot schadevergoeding (bv. na een auto-ongeluk) worden, ingeval het persoonlijk vermogen ontoereikend is, ook betaald met maximum de helft van het gemeenschappelijk vermogen.

Gemeenschappelijke schulden worden betaald met het gemeenschappelijk vermogen en het eigen vermogen van beide echtgenoten ook al is de schuld maar door één echtgenoot aangegaan.

Worden evenwel niet betaald met eigen goederen van de echtgenoot die de schuld niet heeft aangegaan, onder meer die schulden die buitensporig zijn voor dat gezin en de schulden aangegaan door één echtgenoot bij de uitoefening van een beroep. Dat een schuld ten laste valt van de gemeenschappelijke goederen moet de schuldeiser bewijzen. Dat een bepaald goed geen gemeenschappelijk goed is, moet de echtgenoot die beweert de eigenaar te zijn, bewijzen.

Wanneer de echtgenoten samen een schuld aangaan, dan zijn zij tot betaling gehouden met alle goederen, ongeacht de aard van de schuld.