15 Bestaat er een verschil in de erfrechtregeling van de langstlevende echtgenoot wanneer er kinderen zijn uit een vorig huwelijk?

Eerst even een voorbeeld om de zaak te situeren : man en vrouw, beiden 60 jaar, hebben 3 kinderen, respectievelijk 36, 33 en 30 jaar oud; de vrouw overlijdt en de man hertrouwt met een dame van 40 jaar; enkele maanden later sterft de man; deze dame van 40 jaar is in ons voorbeeld langstlevende. Welke regels zijn van toepassing?

Volgens de wet krijgt de langstlevende het vruchtgebruik over de volledige nalatenschap van de overledene: in de praktijk zou dit betekenen dat wanneer de vrouw op 80-jarige leeftijd komt te overlijden, de kinderen maar eerst zouden erven van hun vader als zij zelf 76, 73 en 70 jaar geworden zijn.

Om redenen van billijkheid heeft men de algemene regel op twee punten aangepast:

1) de overledene kan bij testament aan de kinderen uit een vorig huwelijk het recht niet ontzeggen om de omzetting van het vruchtgebruik te vragen m.a.w. de kinderen kunnen niet gedwongen worden in onverdeeldheid te blijven met hun stiefvader of stiefmoeder; zij hebben steeds het recht de omzetting van het vruchtgebruik, dus een verdeling, te vragen, uitgezonderd nochtans voor wat betreft de gezinswoning met huisraad;

2) bij de omzetting in het hiervoor genoemd geval wordt de langstlevende geacht altijd ten minste 20 jaar ouder te zijn dan het oudste kind.

In ons voorbeeld zal dus voor de berekening van de omzetting van het vruchtgebruik de langstlevende geacht worden 56 jaar oud te zijn of anders gezegd haar levensverwachting wordt door de wet fictief ingekort, zodat de omrekening van het vruchtgebruik in kapitaal billijker uitvalt voor de kinderen.

Daarnaast heeft de wet, wanneer de omzetting van het vruchtgebruik niet wordt gevraagd, een nieuwe onderhoudsplicht ingevoerd; de langstlevende is verplicht, indien zij behoeftig zijn, kost, onderhoud en opvoeding te verschaffen aan de kinderen uit een vroeger huwelijk van de overleden echtgenoot; deze kinderen zijn geen bloedverwanten van de langstlevende.

Deze verplichting is de compensatie voor het feit dat het vruchtgebruik op de volledige nalatenschap wordt toegekend aan de langstlevende. Om die redenen heeft de wet een bijzondere onderhoudsverplichting ingesteld lastens de langstlevende en in voordeel van de kinderen uit een vroeger huwelijk, evenwel beperkt tot datgene wat de langstlevende zelf uit de nalatenschap ontvangt.

Daarnaast heeft men ook de mogelijkheid om in een huwelijkscontract te voorzien dat er, met uitzondering van de gezinswoning en de huisraad, geen vruchtgebruik zal zijn voor de langstlevende, of minder dan wat de wet voorziet.
Een dergelijk huwelijkscontract kan van zodra één van de echtgenoten kinderen heeft uit een vorige relatie. Het kan ook verschillen al naar gelang welke echtgenoot overlijdt (bijvoorbeeld wel vruchtgebruik als de ene overlijdt, maar niet als het de andere is.)

Tot slot moet men er rekening mee houden dat men bij testament ook wel het vruchtgebruik kan reduceren, maar maximum met de helft. Sowieso behoudt de langstlevende altijd het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad.