45 Wat erft de langstlevende echtgenoot ingeval er geen testament, huwcontract of gifte werd gemaakt?

De overlevende echtgenoot is een wettige en reservataire erfgenaam.

(erfgenaam aan wie de wet een deel van de nalatenschap voorbehoudt).

In principe verkrijgt de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik over de ganse nalatenschap (het gebruik of het genot over de nalatenschap) bv. gratis bewonen (mits onderhoud) van de gezinswoning, mogelijkheid tot verhuren en de huur te innen, recht op intresten van gelden of geldwaardige papieren, gebruik van de meubelen en andere stofferende voorwerpen.

De blote eigendom (eigendom zonder genot) behoort toe aan de kinderen of bij hun ontstentenis aan de familie van de eerststervende.

Laat de overledene kinderen na, ongeacht wie er dan de andere ouder van is, dan erven de kinderen de blote eigendom van de nalatenschap en de overlevende echtgenoot het vruchtgebruik.

De langstlevende echtgenoot en ook de kinderen hebben het recht om de omzetting te vragen van het vruchtgebruik ofwel in volle eigendom, ofwel in een geldsom, ofwel in een gewaarborgde en geïndexeerde lijfrente. Het vruchtgebruik wordt gewaardeerd in functie van de opbrengst en/of de waarde van de goederen en in functie van de leeftijd van de vruchtgebruiker.

De kinderen kunnen echter nooit de omzetting bekomen van het vruchtgebruik over de gezinwoning en over alle meubelen, huisraad en stofferende voorwerpen daarin aanwezig tenzij de langstlevende echtgenoot daarmee ten volle instemt.

Voor de berekening van de waarde van het vruchtgebruik zal de langstlevende geacht worden minstens 20 jaar ouder te zijn dan het oudste kind uit het vorig huwelijk. Ook in dat geval kan de langstlevende echtgenoot de volle eigendom van de gezinswoning en de meubelen inkopen van de kinderen.

Indien de overledene geen kinderen nalaat, verkrijgt de langstlevende automatisch de volle eigendom van het ganse gemeenschappelijk vermogen (dit kan niet bij huwelijkscontract van zuivere scheiding van goederen gezien er dan geen gemeenschappelijk vermogen is) en erft vervolgens het vruchtgebruik over alle eigen goederen van de eerststervende : de blote eigendom komt hier ook toe aan de familie van de eerststervende.

Deze erfgenamen hebben in principe het recht niet de omzetting van de waarde van het vruchtgebruik te vorderen; de langstlevende echtgenoot behoudt dit recht wel, maar moet het eisen binnen de vijf jaar na het openvallen van de nalatenschap, tenzij de rechtbank er anders over beslist.

Heeft de overledene geen familieleden meer dan erft de langstlevende de ganse nalatenschap in volle eigendom.

Het erfrecht van de langstlevende kan bij testament worden vergroot, deels in volle eigendom, ook wanneer er kinderen zijn, en bij ontstentenis daarvan kan zelfs het ganse vermogen aan de langstlevende worden vermaakt in volle eigendom.