32 Hoe hoog zijn erfbelastingen in rechte lijn?

Het tarief van de erfbelastingen kan door elk gewest zelf bepaald worden. Sedert 1 januari 1997 werden door Vlaanderen de eerste wijzigingen inzake tarief aangebracht.
Om te weten aan welk gewest de opbrengst van de erfbelastingen toekomt en om het juiste tarief te kennen moeten we dus eerst de nalatenschap kunnen 'lokaliseren', in het Vlaams of Waals Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De plaats waar de overledene op het ogenblik van zijn overlijden zijn fiscale woonplaats had vormt het zogenaamd lokalisatiecriterium. Als de fiscale woonplaats tijdens de laatste 5 jaar voor het overlijden op meer dan één plaats is geweest, dan is de plaats waar die woonplaats het langst gevestigd was, bepalend.
De fiscale woonplaats is de plaats van de werkelijke, effectieve, voortdurende woonplaats van de overledene, de plaats van het centrum van zijn/haar bedrijvigheden, de zetel van zijn/haar zaken en bezigheden.
Deze fiscale woonplaats is van belang om, zoals gemeld, het toepasselijk tarief en de gebeurlijke vrijstellingen of verminderingen te kennen, maar ook om te weten naar welk gewest de opbrengst gaat en om het kantoor te kennen waar de aangifte moet ingediend worden.

Nalatenschap in Vlaanderen
De volgende tarieven zijn van toepassing op vererving in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden.
Een verkrijging tussen een stiefouder en een stiefkind wordt gelijkgesteld met een verkrijging in rechte lijn.
Bij vererving bij het bestaan van een "zorgrelatie" is ook dit tarief toepasselijk. Dit laatste is het geval indien men voor zijn 21 jaar gedurende 3 opeenvolgende jaren bij iemand heeft ingewoond en hoofdzakelijk hulp en verzorging heeft gegeven of ontvangen zoals bij een relatie ouder-kind.
Een verkrijging tussen uit de echt gescheiden of van tafel en bed gescheiden personen en een verkrijging tussen ex-samenwonenden wordt alleen indien er gemeenschappelijke afstammelingen zijn, gelijkgesteld met een verkrijging tussen echtgenoten of tussen samenwonenden.
Het tarief gaat per schijven omhoog en bedraagt bij een belastbaar actief
• van 0,01 euro tot 50.000 euro: 3%
• van 50.000 euro tot 250.000 euro: 9%
• boven de 250.000 euro: 27%
Dit tarief wordt per erfgenaam toegepast op het netto-aandeel in de onroerende goederen enerzijds en op het netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds. De schulden en de begrafeniskosten worden bij voorrang aangerekend op de roerende goederen, tenzij er schulden specifiek zijn aangegaan om onroerende goederen te verwerven of te behouden.
Een bijzonder tarief is toepasselijk voor de overdrachten van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf.

Vrijstellingen
• De legaten aan de Vlaamse overheden worden vrijgesteld van erfbelastingen.
• De vererving van maatschappelijke rechten in maatschappijen die zich bezighouden met serviceflats kunnen vrijgesteld worden.
• De vererving van gronden die gelegen zijn in het VEN (Vlaams Ecologisch Netwerk).
• De bossen waarvoor een bosbeheersplan werd opgemaakt.
• Bepaalde overdrachten door erfenis van aandelen in familiale ondernemingen.

Verminderingen
De erfbelastingen die berekend zijn zoals hiervoor beschreven, kunnen nog verminderd worden indien de netto-verkrijging (netto-aandeel in onroerende goederen én roerende goederen) niet meer bedraagt dan 50.000 euro.
De door het kind van een overledene verschuldigde rechten worden verminderd met 75 euro voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot het de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; de door de overlevende echtgenoot of samenwonende verschuldigde rechten worden verminderd met de helft van de verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen genieten.
Indien de goederen die belast werden met de erfbelasting, binnen het jaar na overlijden nog één of meer malen het voorwerp zijn van een overdracht bij overlijden, dan worden de wegens die overdracht(en) verschuldigde rechten met de helft verminderd, zonder dat evenwel de vermindering voor elk van die overdrachten de op de onmiddellijke vorige overdracht geheven rechten mag te boven gaan.

De wet bepaalt een bijzonder eenvormig tarief van 8,50% voor de legaten aan VZW's en stichtingen.