2. De regel van de graad

Niet iedereen die in de juiste orde (groep) staat, erft ook.
Wie erft dan wel? De erfgenamen die in de orde het dichtst in graad staan bij de overledene. De graad is de afstand tussen de erflater en zijn bloedverwant.

In rechte lijn is een graad gelijk aan een generatie. Tussen ouders en kinderen bestaat één generatie: zij verhouden zich tot elkaar in de eerste graad. Tussen grootouders en kinderen bestaan twee generaties: zij bevinden zich in de tweede graad.

En voor de graad in de zijlijn? Dan keren we terug tot de gemeenschappelijke stamouder. We tellen de generaties vanaf de overledene tot de gemeenschappelijke stamouder in de opgaande lijn, vervolgens dalen we af tot de erfgenaam. Broer en zus verhouden zich bijvoorbeeld tot elkaar in de tweede graad. Want: van broer tot vader is één graad, vervolgens van vader tot zus nog één graad, dus twee graden. Neven en nichten staan tegenover elkaar in de vierde graad.