8. Maak duidelijke afspraken met uw echtgenoot in een tweede huwelijk

Werk in uw huwelijkscontract een regeling op maat uit. Denk aan de erfrechten voor de langstlevende echtgenoot in het tweede huwelijk, en de gerechtvaardigde aanspraken van de stiefkinderen.

Een nieuw huwelijk, waarbij kinderen uit een vorige relatie betrokken zijn, veroorzaakt vaak spanningen tussen stiefkinderen en stiefouder. De stiefkinderen vrezen een stuk van de erfenis te verliezen. Deze vrees is niet onterecht. De langstlevende echtgenoot, ook in het tweede huwelijk, erft in principe het vruchtgebruik op de hele nalatenschap. Bovendien kan zijn erfrecht uitgebreid worden door het huwelijkscontract.

 

De wetgever komt deels tegemoet aan deze problematiek. Zijn er kinderen uit een vorig huwelijk? Dan worden bepaalde huwelijksvoordelen in het huwelijkscontract aanzien als schenkingen. Bij een overlijden moeten ze aangerekend worden op het vrij beschikbaar deel. Werd het wettelijk beschermd erfdeel van het kind aangetast? Dan worden deze schenkingen gekortwiekt.
Bovendien wordt de waarde van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot op een bijzondere manier berekend, als die erft samen met kinderen van de overledene uit een vorig huwelijk. De langstlevende stiefouder wordt namelijk geacht ten minste 20 jaar ouder te zijn dan het oudste kind uit het vorig huwelijk van de overledene. De waarde van het vruchtgebruik neemt af naarmate men ouder is. Deze bijzondere berekeningsregel beperkt dus de waarde van het vruchtgebruik van de langstlevende ouder.

 

Sinds de wet Valkeniers uit 2003 hebben stiefkinderen meer zekerheid. Echtgenoten kunnen dankzij de wet een bindende contractuele afspraak maken over de hoegrootheid van hun erfrechten in elkaars nalatenschap.
Opgelet, deze mogelijkheid bestaat alleen voor echtgenoten van wie minstens één van hen één of meer kinderen heeft uit een andere relatie.

 

Wat kunnen de echtgenoten concreet doen? U moet een huwelijkscontract opmaken. Was u al gehuwd? Dan kunt u uw huwelijkscontract veranderen en de erfafspraak inlassen, via een wijzigende notariële akte. Dat kan alleen met wederzijds akkoord van beide partijen.

Inhoudelijk is er maar één beperking. De langstlevende echtgenoot behoudt altijd het vruchtgebruik over de gezinswoning en het huisraad, de ‘concrete reserve’. Critici vinden dat de wet Valkeniers hierdoor alleen weggelegd is voor de grotere vermogens. Want in het doorsnee gezin zijn de gezinswoning en het huisraad net de belangrijkste bestanddelen van het vermogen.

 

Als u rekening houdt met die ene beperking, kunt u een regeling op maat uitwerken. U beperkt de erfrechten van de langstlevende tot welbepaalde goederen. Of de stiefouder doet afstand van zijn erfrecht op alle voorhuwelijkse goederen, bijvoorbeeld de aandelen van het familiebedrijf. Of u schakelt de ‘abstracte reserve’ van de langstlevende echtgenoot volledig uit.

Wederkerigheid in de erfaanspraken is niet nodig. Een van de echtgenoten verliest de erfrechten op bepaalde goederen. Dat betekent niet dat de andere echtgenoot in de nalatenschap van zijn partner geen rechten mag hebben op die goederen.