3. Streef naar een gelijke behandeling van de kinderen

Ouders deden tijdens hun leven een schenking aan één of meerdere van hun kinderen. Heeft die achteraf gevolgen op de erfbelasting en de vereffening-verdeling van de ouderlijke erfenis? Dit hangt af van de manier waarop de schenking gebeurde: ‘buiten erfdeel’ of ‘op voorschot van erfenis’. De laatste formule kan later conflicten vermijden.

Doet u een schenking buiten erfdeel? Dan moet u dit expliciet zeggen. Als u schenkt aan een niet-erfgenaam, dan is de schenking steeds buiten erfdeel.

Doet de schenker een gift buiten erfdeel? Dan gunt hij de begiftigde al tijdens zijn leven een extraatje. Een extraatje bovenop het erfdeel, dat de begunstigde nog krijgt als de schenker overlijdt. Zo’n gift moet binnen de perken van het beschikbaar deel blijven. Als de gift de reserve van de reservataire erfgenamen aantast, kan er inkorting plaatsvinden.

 

Inkorting

De inkorting van een schenking gebeurt in principe in natura zodra de benadeelde erfgenaam een vordering instelt. De schenking wordt gekortwiekt, ten belope van het deel dat het beschikbaar deel van de erfenis overtreft. Juridisch betekent dit dat het eigendomsrecht van de begiftigde over het geschonken goed, geheel of gedeeltelijk, ontbonden wordt. Maar er zijn veel uitzonderingen op dit principe. De schenking kan bijvoorbeeld intact blijven, maar de begiftigde moet tot inkorting overgaan via mindere ontvangst. De begiftigde van de schenking krijgt dan minder van de rest van de goederen die nog in de erfenis zitten.

Gebeurt de schenking als voorschot op het erfdeel? De schenker wil de begiftigde dan niet meer geven dan de andere erfgenamen. De begiftigde krijgt terwijl de erflater nog leeft, al een bepaald goed. Hij heeft een soort vooruitgeschoven genotsrecht, een tijdelijk voordeel.

De techniek van de inbreng herstelt de gelijkheid onder de erfgenamen, zodra de schenker overleden is. Giften op voorschot van erfenis worden in principe niet aangerekend op het beschikbaar deel.

Inbreng

Inbreng betekent dat het geschonken goed moet terugkeren naar de erfmassa waar het onder de erfgenamen verdeeld wordt. Alleen mede-erfgenamen kunnen van elkaar inbreng vorderen. De wijze waarop de inbreng concreet plaatsvindt, verschilt.
Was het een schenking van onroerende of roerende goederen? De inbreng van onroerende goederen gebeurt in principe in natura, tenzij bij schenking uitgesloten. Het goed zelf wordt teruggegeven. Het komt terug vrij en onbelast van alle schulden en hypotheken.
Heeft de begiftigde het goed ondertussen zelf verkocht? Dan moet de inbreng niet in natura gebeuren, maar door mindere ontvangst. De waarde van het onroerend goed op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap is dan verschuldigd.
Bevat de nalatenschap voldoende onroerende goederen van gelijke aard, waarde en deugdelijkheid als het geschonkene? Ook dan kan de inbreng door mindere ontvangst gebeuren. Voor roerende goederen vindt de inbreng altijd door minderneming of mindere ontvangst plaats. De begiftigde mag het goed houden. Maar de andere erfgenamen nemen vóór de verdeling van de erfenis andere goederen uit de erfboedel, ter waarde van de schenking. Men houdt hierbij rekening met de waarde van het geschonken roerend goed ten tijde van de schenking.