Huwelijkscontract bepaalt het fiscaal prijskaartje

De vrijstelling van de erfbelasting voor de gezinswoning geldt ongeacht het huwelijksregime van het echtpaar. Toch speelt het huwelijkscontract een belangrijke rol. Twee factoren bepalen het concrete financiële voordeel:

  1. de leeftijd van de langstlevende echtgenoot of partner. Vaak erft de langstlevende echtgenoot in vruchtgebruik. De waarde van dit vruchtgebruik wordt bepaald op grond van de sterftetabel, die vastgelegd werd in de VCF. Hoe ouder de langstlevende, hoe geringer de waarde van het vruchtgebruik. En hoe kleiner het voordeel van de langstlevende met de nieuwe vrijstelling!
  2. de aard van het huwelijksregime en eventuele clausules in het huwelijkscontract, zoals de ‘langst leeft, al heeft’-clausule. In het gros van de gevallen bezit de langstlevende echtgenoot de helft van de woning in eigendom. Hij erft de helft van de goederen van de overleden partner in vruchtgebruik.

Dat geldt voor al wie gehuwd is onder het wettelijk stelsel van gemeenschap van goederen en die tijdens het huwelijk de gezinswoning voor rekening van de huwelijksgemeenschap kocht.

Zijn er kinderen en hebben de echtgenoten noch via testament noch via het huwelijkscontract extra beschikkingen getroffen in elkaars voordeel? Dan erven de kinderen de blote eigendom van de helft van de eerststervende huwelijkspartner in de woning en de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik op dat aandeel. Wat is in dat geval de belastingbesparing? We illustreren het in de voorbeelden in de volgende rubrieken. U merkt dat het fiscaal voordeel eerder bescheiden is.