Samenwonen in het Vlaams Gewest

In het Vlaams Gewest gelden de lage tarieven tussen echtgenoten voor de ‘wettelijk samenwonenden’ en de ‘feitelijk samenwonenden’.

 

Wettelijke samenwoning

Twee personen leggen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring van wettelijke samenwoning af. Een ander bewijs moeten ze niet leveren.

 

Feitelijke samenwoning

Er is geen verklaring van (wettelijke) samenwoning. De erfgerechtigden moeten aantonen dat ze ten minste één jaar ononderbroken met de erflater hebben samengewoond. Bovendien moeten ze bewijzen dat ze met hem een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd. Die voorwaarden worden vermoed gerealiseerd te zijn, als u een uittreksel uit het bevolkingsregister voorlegt dat minstens een jaar oud is, te rekenen vanaf het overlijden.

Dit is een weerlegbaar vermoeden. De fiscus kan in de tegenaanval gaan en bewijzen dat er, ondanks de inschrijving in het bevolkingsregister, geen samenwoning is. Kan de erfgenaam geen inschrijving van minstens één jaar oud in het bevolkingsregister voorleggen? Dan moeten ze de samenwoning bewijzen met andere elementen: facturen, rekeninguittreksels, de eigendomstitel van de gezamenlijke gezinswoning, het huurcontract van de woning, het testament, de schenking tussen samenwonenden, enz.

Voor de ‘feitelijk’ samenwonenden in Vlaanderen is het irrelevant:

  • het aantal samenwonenden (twee of meer, in tegenstelling tot de wettelijke samenwoning);
  • hun geslacht;
  • een graad van bloed- of aanverwantschap. Er kan feitelijke samenwoning zijn tussen een erflater en zijn broer/zus of zijn oom, tante, neef of nicht. Zij genieten dan het meer voordelige tarief ‘samenwonenden’.

Let op het verschil tussen wettelijke samenwonenden en feitelijke samenwonenden. De eerste categorie geniet vanaf de eerste dag van het lage successietarief. Feitelijke samenwonenden moeten minstens één jaar samengewoond hebben.