Schenken in schijfjes

U bespaart flink, als u tijdens uw leven onroerend goed gaandeweg in schijfjes wegschenkt. Laat tussen iedere schenking minstens drie jaar. Anders speelt het ‘progressievoorbehoud’. De waarde van de eerdere schenking wordt dan bij de belastinggrondslag gevoegd van de latere schenking. Die belandt zo in de hogere schenkingstarieven. Als de schenker sterft binnen de drie jaar na de laatste onroerende schenking, worden de successietarieven op het resterend onroerend vermogen de hoogte ingeduwd met de waarde van die laatste schenking.

Voorbeeld

De belastingbesparing blijkt uit het volgende voorbeeld.
Een weduwnaar woont in Vlaanderen. Hij heeft een dochter en bezit een onroerend patrimonium met een waarde van € 600.000.
Hij heeft vier onroerende goederen met een waarde van respectievelijk € 100.000, € 200.000, € 50.000 en € 250.000. Hij is 50 jaar.

Hypothese 1:
Hij past de techniek van de driejaarlijkse schenkingen toe:

  • Als de weduwnaar 51 jaar is, schenkt hij het goed van € 100.000. De dochter betaalt: € 5.625 schenkingsrechten.
  • Op 54 jaar schenkt hij het goed van € 200.000. De dochter betaalt: € 17.625 schenkingsrechten.
  • Op 58 jaar schenkt hij het goed van € 50.000. De dochter betaalt: € 2.125
  • Op 62 jaar schenkt hij het goed van € 250.000. De dochter betaalt: € 26.625.

De dochter betaalt dus in totaal € 52.000 schenkingsrechten.

Hypothese 2:
De weduwnaar laat bij zijn overlijden datzelfde vermogen gewoon na. (Dat in deze hypothese niet in waarde is gestegen.) De dochter betaalt erfbelastingen op € 600.000:

  • op een eerste schijf van € 50.000 = 3% = € 1.500
  • op een tweede schijf van € 200.000 = 9% = € 18.000
  • op het saldo, een schijf van € 350.000 = 27% = € 94.500

De dochter betaalt € 114.000 erfbelastingen.

Besluit: De belastingbesparing bedraagt: € 114.000 - € 52.000 = € 62.000.