Gezocht: verzekeringsmakelaar met ruime ervaring in fiscale spitstechnologie

Is de levensverzekering een middel om uw vermogen fiscaal voordelig door te geven? Zeker. Als u het een beetje handig speelt.

Fiscus ligt op de loer

De verzekeringnemer sluit met de levensverzekeringsmaatschappij een overeenkomst. De maatschappij keert bij het overlijden van de verzekerde een som uit aan een derde persoon, de begunstigde. Die laatste is geen ‘erfgenaam’. Hij strijkt gewoon gratis een kapitaal op, zodra de verzekeringnemer overlijdt. In juridische termen heet dit een ‘beding ten behoeve van een derde’.
De begunstigde krijgt het kapitaal niet als erfgenaam, maar dankzij een contractuele clausule. Dat is een wereld van verschil. Dat kapitaal zit niet in de erfenis en ontsnapt dus in principe aan erfbelasting. Of toch niet?
Fiscaal liggen de zaken iets genuanceerder. Tijdens zijn leven zou de verzekeringnemer verschillende overeenkomsten kunnen afsluiten. Op die manier maakt hij zijn vermogen belastingvrij over aan derden. De fiscale wetgever is niet van gisteren. Hij steekt een stokje voor dit ontsnappingsmechanisme.

De contracten werden tijdens het leven afgesloten. Maar toch moeten er erfbelastingen betaald worden als de verzekeringnemer overlijdt. Dat komt door de fictiebepaling van artikel 8 van het Wetboek Successierechten (heden: VCF). De levensverzekeringspolis moet opgenomen worden in het actief van de aangifte van nalatenschap. Deze aangifteverplichting geldt zowel voor Belgische als voor buitenlandse polissen. De enige voorwaarde is dat de verzekeringnemer/overledene een Belgische rijksinwoner moet zijn.

Een beding ten behoeve van zichzelf

In het klassieke levensverzekeringsscenario komen, naast de verzekeraar, drie partijen voor:

  1. de verzekeringnemer: hij is de onderschrijver van de polis en betaalt de premies;
  2. de verzekerde: op zijn hoofd rust het risico;
  3. de begunstigde: hij krijgt de verzekeringsprestatie als het verzekerde risico gebeurt.

Eén persoon kan ook in verschillende hoedanigheden optreden. De verzekeringsovereenkomst wordt gevestigd op het hoofd van een persoon. Maar de verzekeringsmaatschappij keert het kapitaal niet uit aan de begunstigde, maar aan de verzekeringnemer zelf. Dat is een ‘beding ten behoeve van zichzelf’. De uitkering van het kapitaal, zodra de persoon sterft, op wiens hoofd de levensverzekeringsovereenkomst werd afgesloten, is dan niet aan de erfbelasting onderworpen. Behalve voor echtgenoten die getrouwd zijn onder een stelsel van gemeenschap van goederen (zie verder).

Dit is interessant in planningsstrategieën. U gaat bijvoorbeeld als volgt te werk.
In een eerste fase schenkt de erflater/grootvader geld aan zijn kleinzoon. Deze schenking gebeurt fiscaalvriendelijk via een handgift of bankgift. De kleinzoon/verzekeringnemer plaatst het geld integraal in een levensverzekeringspolis, op het hoofd van de grootvader/verzekerde. Hij is zelf de begunstigde. Bij het onderschrijven van de polis worden de geschonken gelden als enige premie gebruikt. Overlijdt grootvader meer dan drie jaar na de schenking? Dan wordt het kapitaal belastingvrij aan de kleinzoon uitgekeerd. Overlijdt grootvader binnen de drie jaar? Dan zijn in principe wel erfbelastingen verschuldigd. Willen grootvader en kleinzoon het risico van de drie jaar niet lopen? Dan doen ze de schenking van het geld – waarmee de kleinzoon de eenmalige verzekeringspremie betaalt – best voor een Belgische notaris. Ze betalen dan 3% schenkingstarief.

In het verzekeringsjargon heet dit de ‘ABA’-formule:
A = verzekeringnemer = kleinzoon
B = verzekerde = grootvader
A = begunstigde bij overlijden = kleinzoon

Een variante is de ‘ABBA’-formule. De kleinzoon blijft de begunstigde als grootvader sterft. Maar deze formule gaat de toer op van een gemengde levensverzekering. Grootvader wordt begunstigde als hij een bepaalde leeftijd bereikt.
Schematisch krijgen we:
A = verzekeringnemer = kleinzoon
B = verzekerde = grootvader
B = begunstigde bij leven = grootvader
A = begunstigde bij overlijden = kleinzoon
Verschillende combinaties zijn mogelijk, ook met producten die meer in de richting van een spaar- of beleggingsproduct gaan, de ‘Tak 23. Vraag informatie bij een gespecialiseerde verzekeringsmakelaar.

Echtgenoten gehuwd onder gemeenschapsstelsel zijn hier een bijzonder geval.

Bij de notaris

  • Het is bij wet verboden om uw kinderen te onterven. Maar tot voor kort bestond er een achterpoortje. U kon namelijk uw kinderen of andere erfgenamen gedeeltelijk onterven via een levensverzekering. Het Grondwettelijk Hof heeft dat achterpoortje nu gesloten. Wat er precies veranderd is, horen we van de notaris..