De Vlaamse splitting

Zijn de erfgenamen afstammelingen in rechte lijn, echtgenoten of samenwonenden? Dan wordt in Vlaanderen het successietarief afzonderlijk toegepast op enerzijds het nettoactief van de onroerende goederen en anderzijds op het nettoactief van de roerende goederen.

Iedere erfgenaam kan dus € 50.000 onroerende goederen erven tegen 3% en nog eens € 50.000 roerende goederen tegen 3%. Dat is samen € 100.000, tegen 3%.

Het roerend en onroerend vermogen van de erflater wordt apart belast. Dat heeft een belangrijke positieve invloed op de belastingdruk. Dankzij ‘splitting’ komt u minder snel in de hogere tariefschijven terecht. En betaalt u dus minder erfbelasting.

 

Dit systeem bestaat niet in Wallonië of Brussel.

Voorbeeld

Stel: een vader heeft een patrimonium dat voornamelijk bestaat uit twee onroerende goederen. Ze zijn elk € 150.000 waard, in totaal € 300.000. Hij heeft nauwelijks roerend bezit. De vader laat één zoon na. Die betaalt als volgt erfbelasting:

Bedrag % op netto-aandeel Gecumuleerd bedrag
0,01 - 50.000 € 3% 1.500 €
50.001 – 250.000 € 9% 18.000 €
250.001 – 300.000 € 27% 13.500 €
Totaal:   33.000 €
 

Veronderstellen we nu dat vader één onroerend goed voor zijn overlijden verkocht heeft. Het actief van de nalatenschap ziet er dan als volgt uit:

a) roerend gedeelte = € 150.000 (prijs van het verkochte onroerend goed)

Bedrag % op netto-aandeel Gecumuleerd bedrag
0,01 - 50.000 € 3% 1.500 €
50.001 – 150.000 € 9% 9.000 €
Totaal:   10.500 €
 

b) onroerend gedeelte = € 150.000 (het resterend onroerend goed)

Bedrag % op netto-aandeel Gecumuleerd bedrag
0,01 - 50.000 € 3% 1.500 €
50.001 – 150.000 € 9% 9.000 €
Totaal:   10.500 €
 

De zoon betaalt slechts 2 x 10.500 € of € 21.000 in plaats van € 33.000 in de hypothese zonder splitting.

 

Speel in op de splitting. Zorg dat de beide ‘erfpakjes’ (roerend en onroerend) evenwichtig zijn samengesteld. In bovenstaand voorbeeld levert dat een belastingbesparing op van € 12.000.