Voorbeeld 2

Stel Bert, woonachtig in Vlaanderen, gescheiden en 68 jaar oud, heeft één zoon Dirk en beschikt over een roerend vermogen van € 300.000. Stel dat hij niets doet en op zijn sterfbed dit vermogen nalaat. Zijn zoon betaalt dan volgende Vlaamse erfbelasting:

  • 3% op de eerste schijf van € 50.000
  • 9% op de volgende schijf van € 200.000
  • 27% op de laatste schijf van € 50.000.

Had Bert tijdens zijn leven reeds een deel van dit roerend vermogen (eventueel met voorbehoud van vruchtgebruik) via een Belgische notaris geschonken aan zijn zoon Dirk dan was dit deel naar Dirks vermogen verschoven aan 3% en had de erfenis uit het 27%- erfbelasting kunnen blijven (en was een ander deel van de roerende erfenis ook niet aan 9% belast geweest).

 

Voorbeeld 3

Roza, woonachtig in Brussel-stad, alleenstaand en 76 jaar oud, heeft geen kinderen. Ze heeft nog enkel contact met Anita, de dochter van haar vooroverleden broer. Roza heeft een roerend vermogen van € 250.000 en maakte een testament in het voordeel van Anita die ze aanstelde tot enige erfgenaam. De dag dat Roza sterft zal Anita heel wat betalen aan Brusselse erfbelastingen:

  • 35% op de eerste schijf van € 50.000
  • 50% op de volgende schijf van € 50.000
  • 60% op de volgende schijf van € 75.000 en
  • 70% op de laatste schijf van € 75.000.

Had Roza tijdens haar leven een deel van haar roerend vermogen (met voorbehoud van vruchtgebruik) via een Belgische notaris geschonken aan Anita dan was alvast dat deel in handen gekomen van Anita tegen betaling van slechts 7%.