Wat is een schenking?

Er is maar sprake van een schenking als hij die geeft (de schenker) het inzicht heeft om iemand anders (de begiftigde) te begunstigen. Er moet dus een uitdrukkelijke vrijgevigheidsgedachte aan de basis liggen. In het juridisch jargon noemt men dit de vereiste van de “animus donandi”. Wie zich op een schenking beroept, zal het bestaan ervan moeten aantonen. Vrijgevigheid wordt nooit vermoed aanwezig te zijn.

Dadelijke verarming

Een schenking veronderstelt tevens dat een element uit het vermogen van de schenker wordt overgedragen naar het vermogen van de begiftigde. Langs de zijde van de schenker moet er een dadelijke verarming zijn die in hoofde van de begiftigde tot een verrijking leidt.

 

Onderscheid met een testament

Een schenking verschilt op dit vlak grondig van het testament. Wie tot vermogensplanning overgaat, moet zich hiervan goed bewust zijn. Een schenking heeft per definitie een onmiddellijk effect. Wat men schenkt, is men kwijt. Men kan er niet meer over beschikken.
Dit nadeel kan deels ondervangen worden door te schenken met voorbehoud van vruchtgebruik. Maar zelfs dan moet men beseffen dat men de eigendom kwijt is. Bij een testament liggen de zaken anders. Wie een testament maakt, blijft op zijn goederen zitten. Een testament heeft immers geen dadelijk effect, maar heeft pas uitwerking bij de dood van de testamentmaker.
Tot zolang blijft hij heer en meester van zijn goederen.