Burgerrechtelijke aspecten bij schenkingen in Vlaanderen, Brussel en Walloniƫ

Het Vlaams Gewest heeft als eerste in België de schenkingbelasting op roerende goederen (nl. geld, effecten, juwelen, kunstwerken, enz.) aanzienlijk verlaagd naar 3% of 7%.
Deze maatregel trad in werking op 1 januari 2004 en was meteen een schot in de roos.
Doordat de opbrengsten uit schenkingsrechten in Vlaanderen fors in de hoogte schoten, kreeg de nieuwe regeling snel navolging. Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen roerende goederen sinds 9 maart 2005 aan dezelfde lage tarieven geschonken worden.
In Wallonië gelden sinds 23 december 2005 drie tarieven, die met ingang  van 19 maart 2014 werden verhoogd tot 3,3%, 5,5% en 7,7%.

Merk op dat in Vlaanderen sinds 1 januari 2015 de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) in werking is getreden. Deze codex heeft als gevolg dat men in Vlaanderen niet meer spreekt van ‘successierecht’ maar van ‘erfbelasting’. De ‘schenkingsrechten’ worden de ‘schenkbelasting’.
Voor Brussel blijven de oude begrippen behouden.

Erfenissen komen te laat, wordt wel eens beweerd. Vandaar dat steeds meer mensen een schenking doen binnen het kader van vermogens- of successieplanning.

 

In deze rubriek overlopen we de belangrijkste burgerrechtelijke aspecten van de schenking, zowel van roerende (geld, effecten, kunstvoorwerpen) als van onroerende goederen (huizen, gronden).